Veilig beleggen zonder stress

Beleggers zijn somber over het nieuwe kalenderjaar, want zo’n beetje alle aandelen kelderden in 2022. Maar ‘elk nadeel heb z’n voordeel’, zei een beroemde filosoof ooit. Immers, ooit trekt de beurs weer aan. En de prijzen van aandelen waren nog nooit zo laag als nu.

Jaja, maar waarom zou ik gaan beleggen?
Inflatie op inflatie. Elke dag wordt het geld dat je op de bank hebt staan minder waard. Dat geldt niet alleen voor je lopende rekening, maar ook voor je spaarrekening. Want wat heb je nu aan een spaarrente van bijvoorbeeld 1,5 procent, als de inflatie tien keer zo hoog is? De tijd maakt je dus armer en armer. En vergis je niet: Nederland is een echt spaarland. Begin 2021 hadden spaarders in Nederland een totaalvermogen van 362 miljard euro op de bank staan. Deel dat bedrag door 18 miljoen (Nederlanders) en je komt uit op 20.000 euro per Nederlander, van jong tot oud, van baby tot bejaarde. Allemaal geld waarvan de waarde dag na dag weg druppelt.

Oké, sparen gaat me dus niet helpen. Maar wat dan?
Blijft er maar één mogelijkheid over: beleggen. Ja, ik weet het. Vreselijk. Want wie wil er nu beleggen? Voor de meeste mensen is beleggen net zoiets als met een zak geld naar het casino gaan. Tot op zekere hoogte klopt dat, want of je nu je spaargeld in bedrijf A stopt of in het casino op rood zet, het blijft een gok. Je neemt een besluit waarvan je de consequenties niet kunt overzien. En hoopt er maar het beste van.

Ze roepen toch altijd dat je je kansen moet spreiden?
Klopt. Dus niet al je geld in één bedrijf stoppen, maar juist gespreid beleggen. Dat doe je door kleine bedragen in veel verschillende bedrijven te investeren. En dan het liefst ook nog eens in bedrijven in verschillende sectoren én in verschillende landen. Want ook zo spreid je je kansen. Je wilt immers niet afhankelijk zijn van de resultaten van één enkel bedrijf.

Mijn hemel, wat een werk!
Daar is toch geen beginnen aan? Inderdaad. Je bent echt niet de enige die al moe wordt bij de gedachte alleen. Want in welke bedrijven moet je dan je zuurverdiende geld beleggen? En moet je die dan allemaal tot in den treure gaan bestuderen, enkel en alleen om in te schatten of het kopen van aandelen een verstandige keuze is? En waar te beginnen? Let wel, áls je daar al zin in zou hebben.

Precies. Ik heb dus ook geen zin.
Dan is dit het moment om de term ETF te introduceren. Een ETF is een indexfonds, een type beleggingsfonds dat belegt in een portefeuille van aandelen. Klinkt ingewikkeld, maar simpel gezegd: een ETF is een mandje vol aandelen. Misschien wel de bekendste ETF is de S&P 500. Koop je die, dan beleg je direct in de 500 grootste bedrijven van de Verenigde Staten. Dus: gaat het goed met de Amerikaanse economie, dan stijgt jouw ETF. En mocht het aandeel van een van de 500 bedrijven uit de S&P 500 dramatisch kelderen, dan is dat voor jou geen grote klap. Immers, je hebt je geld óók verspreid over die 499 andere bedrijven. Je wedt zogezegd dus niet op één paard, maar op vijfhonderd paarden tegelijk.

Maar stel nu dat de Amerikaanse economie compleet instort, dan ben ik alsnog mijn geld kwijt.
Die kans is nihil. Maar toch. Daarom bestaan er ook wereldwijde ETF’s. Zoals de MSCI World Index. Daarmee beleg je in ruwweg 1500(!) beursgenoteerde bedrijven wereldwijd. Dus: gaat het goed met de wereldeconomie, dan gaat het ook goed met jouw investering. Een nog grotere is de Vanguard All World, een ETF waarin meer dan vierduizend bedrijven zitten wereldwijd. Het enige risico dat je dan loopt, is dat de héle wereldeconomie instort en het daarna ook nooit meer goedkomt met de mensheid. Maar als dat allemaal gebeurt, dan heb je wel andere problemen aan je hoofd en zijn de dollar en de euro sowieso niets meer waard.

Oké, dat wereldwijde lijkt me wel wat. Maar met hoeveel procent gaat mijn geld dan groeien?
Ah, je vraagt om een voorspelling. Die kan alleen maar gegeven worden door naar resultaten uit het verleden te kijken. En je weet: behaalde resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. Maar… ze zijn wel een goede indicatie!

Jaja, kom nu maar met de getallen.
Laten we voor het gemak even de S&P 500 aanhouden, want die wordt algemeen gezien als een graadmeter voor de wereldeconomie. De afgelopen vijftig jaar steeg de S&P 500 met gemiddeld zo’n 8 procent per jaar. Let wel: gemiddeld. Er waren dus jaren waarin het rendement negatief was, maar ook topjaren waarin het rendement bijvoorbeeld 20 of 30 procent bedroeg. Dat stijgen gebeurt dus nooit in een rechte lijn, maar altijd met pieken en dalen. Zo was in de afgelopen dertig kalenderjaren het rendement op de S&P 500 welgeteld zes keer negatief en 24 keer positief. Dus zo’n dal moet je wel uit kunnen zitten.

En hoe doe ik dat?
Allereerst door enkel te beleggen met geld waarvan je weet dat je het de komende jaren niet nodig zult hebben. De gedachte daarachter: zolang je niet door tegenslag (dak lek, auto kapot) wordt gedwongen om je ETF’s te verkopen, kun je zo’n dal uitzitten. Je wacht gewoon tot de aandelenmarkt weer aantrekt. Vergelijk het maar met het hebben van een eigen huis. Als de huizenprijzen kelderen, is dat alleen maar erg als je móét verkopen. Maar als je kunt blijven zitten waar je zit, is er in essentie weinig aan de hand. Je wacht gewoon tot de huizenprijzen weer aantrekken.
Zorg daarom altijd eerst voor een buffer, een potje geld dat jou in staat stelt om slechte tijden uit te kunnen zitten. Bijvoorbeeld om een paar maanden te overbruggen als je ontslagen wordt. Enfin, hoe groot zo’n buffer ongeveer behoort te zijn, dat kun je berekenen op de website van het Nibud (bufferberekenaar.nibud.nl).

En verder?
Onderschat het niet. Zo’n dal uitzitten is niet altijd makkelijk, om de simpele reden dat angst altijd een slechte raadgever is. Neem nu Marco van Basten. In 1998 besloot hij 50 miljoen gulden (23 miljoen euro) te beleggen via ABN. Maar in 2001 kelderde de beurs van de ene op de andere dag, toen twee vliegtuigen de Twin Towers binnenvlogen. Van Basten raakte in paniek en wilde verkopen. ABN adviseerde hem (terecht) om rustig te wachten op betere tijden. Dat zag Van Basten niet zitten. Hij was bang voor nog meer terroristische aanslagen en verkocht van de ene op de andere dag al zijn aandelen. Zo hield hij uiteindelijk nog maar 13 miljoen euro over. Oftewel: 10 miljoen euro down the drain. In zijn biografie erkent Van Basten hoe dom die beslissing was, enkel ingegeven door paniek.

Wat had Van Basten dan moeten doen?
Niets! Tussen 11 september 2001 en nu is de S&P 500 namelijk met 390 procent gestegen. Had hij rustig de dip uitgezeten, dan was de 13 miljoen euro, die van september 2001, nu 64 miljoen euro geweest. Kortom, als je direct verkoopt bij een daling (“Dat beleggen is niets voor mij”), weet je één ding zeker: je mist het herstel dat daar zo goed als zeker op volgt. Enfin, waarschijnlijk kende Van Basten die bekende uitspraak van Warren Buffett, ’s werelds beste belegger aller tijden, niet: “If you can’t control your emotions, you can’t control your money.” De geschiedenis leert ons dat de markt altijd weer herstelt én op de lange termijn blijft groeien. Dáárom dus, is die lange adem zo belangrijk. Met investeren op de lange termijn spreid je niet alleen de risico’s, het levert je ook nog eens veel meer op.

Maar hoe groot is de kans op zo’n dip in de aandelenmarkt?
Sinds 1928 hebben we er 21 gehad. Gemiddeld duurt een dip ongeveer een jaar. Maar er zijn ook uitschieters. Om je een indruk te geven, de langste dip in de aandelenmarkt – die van 2000 – duurde maar liefst drie jaar. De kortste, dat was de dip aan het begin van de coronacrash, die slechts een maand duurde. Hoe dan ook, gemiddeld maken we elke 4,5 jaar een dip mee. Met andere woorden: dergelijke tegenslagen zijn dus onderdeel van het beleggen. Ze horen erbij en mogen geen verrassing voor je zijn. Als je – heel verstandig – gaat voor de lange termijn, dan zul je meerdere dips meemaken.

Wat bedoel je nu precies met de lange termijn?
Minimaal tien jaar. Maar als het even kan langer. Hoe langer, hoe beter. Niet voor niets is de uitspraak ‘de beste belegger is een dode belegger’ zo gangbaar in het beleggingswereldje. Dat is zelfs statistisch onderzocht, in 2013. Beleggers die het best presteren, blijken – echt waar – overleden beleggers. Met op de tweede plek beleggers die vergeten zijn dat ze überhaupt een beleggingsrekening hadden. Met andere woorden: hoe meer jaren je jouw belegde gelden gewoon met rust laat, des te lager de risico’s. Dus: buy and hold. Kopen en vasthouden. Hoe langer je vasthoudt, des te beter.

Kom eens met een voorbeeld van die lange termijn?
Stel, je belegt van je achttiende tot je 68ste elke dag 1 euro in de S&P 500. Wat levert dat je dan op? Vlogger Jeffrey Hilhorst (zijn YouTube-kanaal FoF is een aanrader) rekende het uit. In die vijftig jaar leg je in totaal 18.250 euro in. Uitgaande van het eerder genoemd gemiddelde rendement van 8 procent per jaar, kom je na die vijf decennia uit op een opgebouwd vermogen van 215.000 euro. Dat is dus bijna twee ton aan rendement in ruil voor 1 euro per dag. Niet slecht.

Maar ik ken ook iemand die in een jaar tijd heel veel winst heeft gemaakt met bitcoins.
Dan heeft die persoon dikke, vette mazzel gehad. Fijn voor hem! Maar bedenk dat bitcoin – en ook alle andere cryptomunten – extreem grillig zijn. In essentie zit je met cryptobeleggingen gewoon in een grote gokhal. De eenarmige bandiet is betrouwbaarder. De prijs kan immers nog veel verder zakken, maar ook opeens omhoogschieten. Niemand die het weet, ook al doen heel veel zelfbenoemde cryptokenners alsof ze Jomanda zijn en in de toekomst kunnen kijken. Maar nogmaals, niemand heeft een kristallen bol.

Dus?
Wil je zo veilig mogelijk beleggen, zonder stress, blijf dan in hemelsnaam weg bij al die cryptomunten. En wantrouw YouTubers die jou snel geld beloven, terwijl ze voor een villa op de Bahama’s staan. Ze naaien je een oor aan. Denk na: waarom zouden al die zelfbenoemde goeroes filmpjes schieten als ze toch al stinkend rijk zijn? Uit goedertierenheid, om jou een groot plezier te doen? Of om hun peperdure, online financiële cursussen of andere bullshit aan je te kunnen slijten?

Oké, maar hoe scheid ik dan het kaf van het koren?
Een simpele vuistregel is: hoe hoger het voorgespiegelde rendement, des te groter het risico. Lijkt iets te mooi om waar te zijn? Guess what, dan ís het dat ook. De meest veilige, zekere weg is die van de lange adem. Tegenwoordig moet alles altijd vlug-vlug-vlug, maar er zijn simpelweg geen sluiproutes die je sneller bij het einddoel brengen. Warren Buffett, daar is hij weer, zei ooit: “Je kan geen baby maken in één maand door negen vrouwen zwanger te maken.” En zo is dat.

Maar wat is dan een goed moment om in te stappen? Ik neem aan op het moment dat zo’n ETF op het laagste punt staat?
Tja, maar niemand die weet wanneer dát is. Stel, iedereen zou weten wanneer koersen op hun hoogste en laagste punt staan. Ja, dan waren we allemaal miljonair. En ook weer niemand, want dan was de markt een heel andere. Niemand is in staat om de markt te timen, zoals dat heet. Sterker nog, dat timen, wat veel beleggers proberen, is juist dé reden waarom ze minder succesvol zijn dan anderen (denk aan die dode belegger) die voor de lange termijn beleggen. Daarom wordt vaak gezegd: ‘Het beste instapmoment is gisteren.’ Waarmee eigenlijk wordt bedoeld: het belangrijkste is dát je begint. Want de meeste kans op een hoge opbrengst heb je wanneer je op de lange termijn belegt. En dat impliceert dat je zo snel mogelijk moet beginnen.

Maar hoe koop ik dan ETF’s?
Dat kan allemaal online. Populaire brokers (de instituten waar je ETF’s kunt kopen en verkopen) zijn bijvoorbeeld eToro, DEGIRO, Bux Zero, Flatex en EasyBroker. Maar er zijn ook vele anderen. Zo kun je doorgaans ook gewoon bij je eigen bank terecht.

Resumerend?
Als je wilt beleggen zonder er al te veel tijd aan kwijt te zijn, koop dan gewoon een ETF die de wereldeconomie volgt. Doe dat voor een bedrag dat je zeker kunt missen. Dan kom je ook niet in de verleiding om, net als Van Basten, te verkopen als de koersen plots dalen. En laat je ETF vervolgens met rust. Kijk bijvoorbeeld niet elke dag naar de koers, want die doet er niet toe. Je belegt immers voor de lange termijn.

Klinkt best wel saai!
Yep. Het is bijna net zo saai als geld op een spaarrekening zetten. Maar saai is goed. Hoe dan ook, als dit artikel je aanzet om sowieso eens een keer na te denken over de vraag hoe je geld voor je kunt laten werken, dan begin je het nieuwe jaar in ieder geval zinvol!

Warren Buffett
Hij komt een paar keer langs in dit artikel: superbelegger Warren Buffett. In 2008 daagde hij de ‘professionals’ uit om een aandelenportefeuille samen te stellen die de S&P 500 zou verslaan over een periode van tien jaar tijd. Wie wint, stelde Buffett voor, die krijgt 1 miljoen dollar van de verliezer. Geen enkel professional durfde, wat al een teken aan de wand is. Uiteindelijk nam fondsmanager Ted Seiders de handschoen op. Hij stopte vijf zorgvuldig geselecteerde beleggingsfondsen in zijn aandelenportefeuille. De uitslag? De met veel professionele kennis gecomponeerde portefeuille groeide over tien jaar tijd (tussen 2008 en 2017) met gemiddeld 2,2 procent. De S&P 500 groeide met een gemiddelde van 7,7 procent. Enfin, Buffett schonk de 1 miljoen dollar aan een goed doel. Hij had zijn punt gemaakt.

Doe altijd eerst je eigen onderzoek
Wil je je oriënteren om eens te zien of zo’n wereldwijde ETF iets voor je is? Doe dan altijd zelf je onderzoek. Goede YouTube-kanalen zijn bijvoorbeeld Focuss op Financiën, Markets Are Everywhere (met een complete playlist over enkel beleggen met ETF’s) en LangzaamRijker (alle drie Nederlands).

close

Genoten? Abonneer je dan op mijn gratis nieuwsbrief en ontvang net als 2200 anderen elke twee weken verse columns en longreads in je mailbox.

Luuk Koelman
Luuk Koelman

Columnist (o.a. voor Nieuwe Revu), ghostwriter en schrijfcoach. Hij werkt voor mensen die graag schrijven én voor mensen die liever niet schrijven.