De telefoon is dood

We bellen niet meer. Een kwart van alle smartphone-gebruikers voert nooit een telefoongesprek, blijkt uit onderzoek. Vooral jongeren hebben er een broertje dood aan om gebeld te worden.

Vreemd is dat; de jeugd van tegenwoordig heeft weinig tot niets met privacy. Overheid en bedrijfsleven mogen alles van hen weten. Maar ‘zomaar’ gebeld worden, ervaren jongeren wél als een vreselijke inbreuk op hun privacy. Laatst vertelde een student me dat het voelt als een kaping: “Als iemand me belt, dwingt dat me direct te antwoorden, te móéten praten. Wat is er mis met e-mail, messaging of social media?”

Dat is de huidige stand van zaken: je hebt een mobiel omdat je altijd bereikbaar wilt zijn. De gemiddelde smartphone-gebruiker is drie uur per dag met zijn apparaat in de weer. Maar tegelijkertijd zijn we gestopt met praten. Jongeren onderhouden hun sociale contacten in stilte. Twee duimen zijn voldoende.

Ik ben nog uit de tijd van het studentenhuis met de bakelieten telefoon aan de muur. Plus een ‘tikker’: een analoog apparaatje dat registreerde hoeveel telefoontikken je verbruikte. Eén tik was 15 cent, als ik het me goed herinner. Plus een schrift bij de telefoon waarin je je tikken noteerde. Met een pen.

Ja, dat waren nog eens tijden. Een echte landlijn! Uitstekend geluid, nooit ruis en de telefoon deed het altijd. Je nam de hoorn van de haak, draaide een nummer en begon te praten. Geen gedoe met inloggen, wachtwoorden, updates, bijna lege accu of een traag netwerk.

En nog fijner: een gekrulde draad verbond de hoorn met het toestel. Een beetje rondwandelen tijdens een telefoongesprek was er dus niet bij. Een geweldige feature, want dat dwong je gesprekken kort en zakelijk te houden. Precies waarvoor een telefoon bedoeld is.

Scroll naar top