Academische domheid

“De universiteit brengt alle bekwaamheden tot ontplooiing, waaronder ook de domheid,” zei Anton Tsjechow ooit. Dat is waar. Domheid is een universele menselijke eigenschap. Ook de academicus ontkomt er niet aan.

Domheid en intelligentie gaan namelijk prima samen. Iedereen is bij tijd en wijle dom. Neem nu de studenten die in het P.C. Hoofthuis alle Tony’s Chocolonely chocoladerepen opaten. Vast allemaal slimme jongens en meisjes, maar ook in hun leven compenseert intelligentie zelden de stortvloed aan idioterie.

Overal zie je het: domheid als een vorm van ongewilde zelfdestructie. Stef Blok met zijn uitspraken. De mensen die vóór de Brexit stemden. Donald Trump. Iedereen op Facebook. Niemand is zo intelligent dat hij ook niet vaak dom is.

Maar academici zien dat anders. Voor hen is het altijd de ander die dom is. Academici zien het leven als een constante strijd tussen kennis en onkunde, een nobel gevecht waarin zij aan de goede kant staan. Een beetje zoals mensen ook altijd het kwaad buiten zichzelf plaatsen. De klootzakken, dat zijn altijd die anderen.

Maar de idioten, dat zijn wij zelf. En wijsheid is meestal wijsheid achteraf. Iedereen is op zijn eigen manier dom. Ik ken genoeg academici die worden verslagen door hun mobiele telefoon. Of door een parkeermeter. Al zullen ze dat altijd ontkennen.

Ergens wel begrijpelijk, want hoe intelligent moet je zijn om je eigen domheid te begrijpen?

Scroll naar top