Mark Rutte en de democratie van de grote bek

Afgelopen zaterdag was Mark Rutte op campagne in mijn woonplaats Tilburg. Mensen die hem de hand hadden geschud, waren het er unaniem over eens. Zo’n vrolijke man! Ze raakten er niet over uitgepraat. Mark – ze mochten Mark zeggen – ging graag met hen op de foto en verklapte alvast dat hij écht zichzelf wil blijven. Ja, toen waren ze om. Hun stem gaat naar Mark. Want Mark wil meer welvaart en kansen voor iedereen.

Dat is het feest van de democratie. Terwijl de een alle verkiezingsprogramma’s van voor tot achter uitpluist, stemt de ander op Alexander Pechtold omdat hij zo’n lekker kontje heeft. Ik kijk nergens meer van op. Vorige week hield TNS NIPO een representatief onderzoek onder ruim duizend stemgerechtigde Nederlanders. Wat bleek? Nederlanders weten bar weinig over politiek. Vrouwen en jongeren tot 34 jaar spannen de kroon. Van hen weet de helft niet dat de Tweede Kamer wetten kan maken en veranderen. De betekenis van het woord “coalitie” is hen onbekend en de naam Jan Kees de Jager doet geen belletje rinkelen. Ik vermoed omdat onze minister van Financiën niet meedoet aan Sterren Springen.

En toch hebben deze mensen stemrecht. Waarom eigenlijk? Op zo’n moment moet ik altijd denken aan wijlen Johan Barendregt, schaakmeester én hoogleraar in de klinische psychologie. We schrijven de jaren zeventig van de vorige eeuw. Barendregt legt in een opiniestuk in de krant uit dat stemmen in een democratie net zo onzinnig is als stemmen over de beste zet in een schaakstelling. Immers, in een democratie heeft iemand die geen paard van een loper kan onderscheiden, een even grote stem als bijvoorbeeld schaakgrootmeester Jan Timman. Dat is toch raar? Geen speld tussen te krijgen. Daarom werden de volgende dag de ramen van Barendregts woning ingegooid.

Overigens onderzocht Barendregt ook hoe politici discussiëren. Wie heeft het hoogste woord? Is dat degene met de meeste kennis van zaken of gewoon de persoon met de grootste mond? Hij gebruikte daarvoor een schaakstelling. Proefpersonen – allen politici – mochten met elkaar discussiëren over de beste zet. Barendregt zei daar later over: “Het was ontstellend met wat voor een aplomb en zekerheid de meest absurde zetten geponeerd werden.” Daar denk ik altijd aan, wanneer ik op televisie een verkiezingsdebat zie. Het ongegeneerd uitventen van het eigen gelijk, meer is het niet. We leven in de democratie van de grote bek.

close

Af en toe een verse column én exclusieve schrijftips in je mailbox?