Kijk- en luistergeld voor de arts

Artsen in het Nijmeegse ziekenhuis Radboud UMC mogen van zorgverzekeraar VGZ voortaan langer met hun patiënten praten. Ik moest even gaan liggen toen ik dat las. Is het niet geweldig, dat artsen dat voortaan mógen? Sterker nog: ze mogen óók een collega-arts bij dat gesprek betrekken. Iets wat voorheen uit den boze was, want te duur.

Wat is er gebeurd? Staat bij VGZ plots de patiënt centraal? Welnee, enkel het geld, want als na drie jaar blijkt dat beide ‘versoepelingen’ de zorgkosten niet drukken, worden ze teruggedraaid. Waar VGZ op hoopt, is dit: als een arts een langer gesprek heeft met zijn patiënt, kan hij hem ook wijzen op de gevaren die aan een ingreep of behandeling kleven. Of een collega-arts bij het gesprek betrekken zodat ze dat samen kunnen doen. In de praktijk blijkt namelijk dat door een intensiever gesprek tien procent van de patiënten van een zware, dure behandeling afziet.

Ik noem dat “minder zorg,” maar Ab Klink, oud-minister en lid van de Raad van Bestuur van VGZ, spreekt liever van “betere zorg” en “positieve gevolgen voor de patiënt.” Volgens hem is níét behandelen vaak de beste behandeling. Ga maar na: geen gedoe voor de patiënt én de zorgverzekeraar houdt het geld mooi in de knip. Win-win!

Neem nu prostaatkanker. Die aandoening wordt steeds vroeger opgespoord, dus krijgen meer patiënten een behandeling. Maar de sterfte is nauwelijks afgenomen. Let hier even op het woordje ‘nauwelijks.’ De sterfte neemt dus wél af, maar blijkbaar niet zoveel dat zorgverzekeraars geld aan die behandeling willen spenderen.

Sterker nog: Klink noemt artsen die minder behandelen “best dapper,” want “ze snijden toch een beetje in eigen vlees.” Daarom vindt hij het niet meer dan logisch wanneer artsen die “iemand van een ingreep afpraten” daarvoor worden gecompenseerd door zorgverzekeraars, middels zogenaamd ‘kijk- en luistergeld’. Oh, de ironie! Artsen hadden altijd al de optie om een patiënt van een behandeling af te praten. Maar nu krijgen ze er ook nog eens voor betaald. Het is pervers, zeker in combinatie met groeiende wachtlijsten.

Nooit eerder is het hellend vlak van de marktwerking in de zorg zo treffend geïllustreerd. We schrijven 2019: twee artsen zitten tegenover een 81-jarige dame met borstkanker: “Weet u mevrouw: een peperdure behandeling geeft u slechts 40 procent kans op genezing. Dan denken mijn collega en ik: is dat nog wel rendabel? Mag ik eens vragen: heeft u kinderen? Vier maar liefst! Dan hebben wij een speciale aanbieding voor u, namens VGZ. Als u nú afziet van verdere behandeling, krijgen uw kinderen twee jaar lang 25 procent korting op hun zorgpremie. En voor de snelle beslisser doet VGZ daar een gratis rouwkrans bij, ter waarde van € 59,95, voor op uw kist! Lijkt u dat wat? Ja? Mooi!”

Scroll naar top