Colportage

Voor de Hema drentelt een studentikoos meisje heen en weer. Ze heeft een A4-klembord onder haar arm en is overduidelijk op zoek. Geroutineerd versnel ik mijn pas en concentreer me op de dakgoot van de Hennes & Mauritz.
“Meneer, heeft u een minuutje?”
Ik aarzel. “Eigenlijk heb ik weinig tijd. Ik …”
“Bent u voor de rechten van het kind?”
Ik val abrupt stil. “Of ik voor de rechten van het kind ben?”
Het meisje knikt. Ze heeft een knopje in haar linker neusvleugel.
“Ja, natuurlijk ben ik voor. Wie niet?”
“Dat is fijn om te horen, meneer. En wat vindt u van kindermishandeling?”
Wat ik vind van kindermishandeling? Wat is dat nu weer voor een vraag? “Nou, verschrikkelijk natuurlijk.”
Het meisje knikt begrijpend. “En wat vindt u ervan dat er wereldwijd een kwart miljoen kindsoldaten zijn?”
“Ook heel verschrikkelijk.”
“Dat is heel fijn om te horen, want onze stichting denkt over al deze zaken precies hetzelfde als u. Daarom zijn wij zo blij met uw morele steun.” Het meisje knikt me bemoedigend toe. “Maar het zou helemaal geweldig zijn als u uw morele steun vertaalt in een kleine maandelijkse gift. Heel gemakkelijk via automatische incasso. Tien, vijfentwintig of vijftig euro?” Ze heeft haar ballpoint al in de aanslag.
Ik zucht. “Nou weet je wat, geef me een folder en ik beloof je plechtig dat ik er thuis serieus naar zal kijken.”
“Dat zal niet gaan, meneer. Ik kan u pas een folder geven als u donateur bent.”
“Pardon?”
“Wij zijn erg zuinig op onze folders. Des te meer geld komt er ten goede aan het kind. Dat wilt u toch ook?”
“Ja, dat wil ik ook. Maar ik wil ook graag weten waar ik geld aan geef.”
“Wat wilt u dan weten? Ik kan u alles vertellen en we zijn volledig gecertificeerd.”
“Ik wil thuis in alle rust doorlezen wat jullie stichting doet.”
“Maar meneer, hoe sneller u ons steunt, des te sneller is het geld bij de kinderen.”
Er valt een stilte. Ik grijp naar mijn portemonnee. “Nou, dan geef ik je vijf euro contant voor de rechten van het kind. In ruil voor een folder.”
“Helaas meneer. We werken alleen met machtigingen. Voor ons goedkoper en voor u makkelijker.”
“Ik wil geen machtiging. Ik geef je eenmalig vijf euro contant voor zo’n foldertje.”
“Wij accepteren geen contant geld, meneer. Voor uw en onze veiligheid.”
Ook dat nog. Wil je wat geven, moet het weer op hun manier. “Ik loop door hoor,” dreig ik.
“Maar natuurlijk. Dag meneer.”
De vijf euro belanden bij de straatkrantverkoper met de blokfluit. Hij is er wel blij mee.

close

Af en toe een verse column én exclusieve schrijftips in je mailbox?