Wintertijd in het Limburgse Tienray

Asielzoekers in het Limburgse dorpje Tienray dragen voortaan reflecterende hesjes wanneer ze ’s avonds de straat op gaan. ”Door hun donkere huidskleur zie je hen immers moeilijk in het donker”, aldus woordvoerder Claude Fasseur van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) van Tienray. De dagen korten en afgelopen weekend ging de wintertijd in. Dat maakt asielzoekers tot een gevaar voor de verkeersveiligheid.

Vreemd nieuws. Daarom ben ik afgelopen maandagavond naar Tienray gereden om poolshoogte te nemen. Voor de poort van het asielzoekerscentrum wacht woordvoerder Claude Fasseur me op. Hij benadrukt dat de maatregel niets te maken heeft met racisme, maar een initiatief is van het plaatselijke bewonersoverleg, waarin inwoners, gemeente, politie en het COA zitting hebben. Ik geloof hem meteen.

Even later rijden we in zijn four wheel drive met koeienvanger over de provinciale weg van Tienray naar Meerlo. Het is er aardedonker. Claude stemt de autoradio af op ’Tienray FM’. Geen overbodige luxe, want de nieuwe cd van André Rieu wordt direct bruut onderbroken door een melding. Ter hoogte van hectometerpaal 78,1 is een Afrikaanse primitieveling gesignaleerd, zonder reflecterend hesje. ”Blijf rechts rijden, haal niet in en probeer de asielzoeker met lichtsignalen te waarschuwen” klinkt het uit de radio.
Ingespannen tuur ik voor me uit, het duister in. “Kun je niet beter langzamer rijden?” vraag ik. Maar dat is niet nodig. “Als medewerker van het COA heb ik een geoefend oog”, legt Claude uit.

Enkele kilometers verder stopt hij. Een slagboom verspert de provinciale weg. Er knippert rood licht en een bel rinkelt. We wachten enkele minuten. Dan gaat de slagboom langzaam omhoog. “Rijden maar”, zeg ik, maar Claude schudt het hoofd. Hij wijst op een blauw bord dat vaal oplicht in het schijnsel van de koplampen. ‘Wacht tot het rode licht gedoofd is, er kan nog een asielzoeker komen’ lees ik.

Het kwartje valt. Dit moet een speciale oversteekplaats voor asielzoekers zijn. ”Vandaag in gebruik genomen”, zegt Claude trots. We rijden verder. Ik ben onder de indruk, maar heb nog één opmerking. Ik heb tijdens het wachten voor de slagboom geen enkele asielzoeker zien oversteken.

Claude glimlacht. “Nee? Echt niet? Ik wel. Vijf om precies te zijn”. Compleet flabbergasted kijk ik hem aan. Zó donker zijn die gasten dus.