De voet van God en het uitschrijfformulier van de kerk

“Fijn dat u open doet, meneer Koelman. Ik ben pastoor Schilder van de Emmausparochie. Ik heb hier uw uitschrijfformulier plus een kopie van uw paspoort. Ik vind dat zo kil en onpersoonlijk dat ik dacht: kom, laat ik eens een praatje gaan maken met die man. Wellicht kan ik hem inspireren, opdat hij op zijn schreden terugkeert.

U heeft geen behoefte aan een gesprek? Mag ik vragen waarom niet? Ik vind iedere uitschrijving uit de kerk betreurenswaardig. Maar als u een goede reden heeft, laat ik u natuurlijk gaan. Wat is uw reden, als ik vragen mag? Aha, u komt nooit in de kerk en dacht; kom, laat ik in het nieuwe jaar de daad eindelijk eens bij het woord voegen en me uitschrijven? Mmm… Een beetje magere reden, vindt u ook niet? Uitschrijven is toch iets heel ingrijpends. Daarom ben ik van zins uw foto in het voorportaal van mijn kerk te hangen. Met uw naam eronder. Waarom kijkt u mij nu raar aan? Kerkgangers willen weten wie de afvalligen zijn! U vindt dat intimiderend? Welnee! Mijn parochianen zijn gewoon heel gemotiveerd u over te halen toch te blijven. U moet maar zo denken: als het schaap niet naar de kudde komt, komt de kudde wel naar het schaap. Hoezo inbreuk op uw privacy? Ik vind dat maar een rare wereldse term. God ziet alles!

Weet u wat, meneer Koelman, we laten Hem beslissen. Hoeveel vingers steek ik op achter mijn rug? Als Hij u het juiste aantal influistert, schrijf ik u uit. Anders niet. Oké? Hola, niet proberen de deur dicht te doen! Zo makkelijk komt u niet van mij af! Wat zegt u? Nee hoor, dat is mijn voet niet, tussen de deur. Dat is de voet van God. Wacht, doet u die deur maar eens wat verder open. Nee, niet tegenwerken! Ik stap gewoon bij u naar binnen. Zo, dat zal u leren! Wel lekker makkelijk hè, uzelf uitschrijven als gelovige. Een beetje lafjes ook. Niet om het een of ander, maar was u een moslim geweest, had u dat nooit gedurfd!

Raak me niet aan! Ik blijf hier gewoon op mijn knieën zitten in uw halletje, biddend voor uw zielenheil. Net zolang totdat u tot inkeer komt. Oh, u maakt uw eigen keuzes? Ja, dat zouden we allemaal wel willen, maar het leven is geen lolletje. U mag zich onttrekken aan de kerk, meneer Koelman, maar de kerk onttrekt zich niet aan u! U bent gedoopt als baby. Toen stond u nog fris en onbevangen tegenover het geloof. Dat is het enige wat telt. Wablief? U heeft nooit om die doop gevraagd? Nou, daar denkt God toevallig héél anders over!”