Schoffelen bij Work First

Gelukkig bestaan ze nog: werklozen die zich niet laten piepelen. Neem nu de 44-jarige Arnhemmer B. die we voor het gemak Bert zullen noemen. Na twintig dienstjaren in de horeca besloot Bert enkele jaren terug aan de slag te gaan in de uitvaartbranche. Toen zijn vriendin overleed aan longkanker, kon hij zijn baan als uitvaartverzorger niet meer aan en belandde uiteindelijk in de bijstand. Daar kreeg hij via het project Work First van de gemeente Arnhem een reïntegratietraject aangeboden. Verplicht, maar wel ‘op maat en in overleg met de cliënt’. Bert mocht als MBO’er kiezen uit twee trajecten: schoffelen of tubes lijm inpakken. Het werd schoffelen, want dat zou volgens de ambtenaar van Work First zijn ‘afstand tot de arbeidsmarkt’ zeker verkleinen.

Bert schoffelde één ochtend. Daarna meldde hij zich elke werkdag met de vraag “wat gaan we vandaag doen om mijn afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen?” Het antwoord laat zich raden: “schoffelen”. Daarop ging Bert weer naar huis. Na twee weken hoefde hij niet meer terug te komen. Voor straf werd zijn uitkering met 40 procent gekort.

Dat geld wil Bert nu terug. Uit principe, want hij heeft inmiddels weer een baan. Afgelopen maandag diende de zaak voor de Arnhemse bestuursrechter. Volgens de ambtenaren van Work First moest Bert schoffelen omdat ze zo “een adequaat beeld konden krijgen van zijn werknemersvaardigheden en potenties”.

Bert ziet dat anders. Het project Work First belooft werklozen een individuele aanpak en reïntegratie op maat, maar biedt in de praktijk slechts gedwongen tewerkstelling. Volgens Bert leidt schoffelen niet tot een passende baan. In ieder geval niet voor hem.

Ik hoor u al brommen vanachter uw krantje: “er is nog nooit iemand dood gegaan van schoffelen”. Klopt, maar dat is het punt niet. Work First spreekt van een passend werktraject. Is dat bij Bert het geval? Zal hij het schoffelen ooit als relevante werkervaring op zijn cv zetten? Nee – ook al is met schoffelen an sich natuurlijk niets mis. Behalve dan wanneer het niet bijdraagt aan je kansen op een passende baan, gedwongen arbeid is én slechter betaalt dan het minimumloon.

Dat laatste noemt de regering ‘werk boven inkomen’, want zó belangrijk is arbeidsparticipatie. Dat wil zeggen: als je een uitkering hebt. Voor werkzoekenden die geen recht hebben op een uitkering (bijvoorbeeld omdat hun partner werkt) steekt de overheid geen poot uit. Dan is ‘niet deelnemen aan de maatschappij’ opeens helemaal niet erg. Het is de hypocrisie ten top.

Binnen zes weken doet de rechter uitspraak. Ik hoop van harte dat Bert wint. Dat betekent namelijk dat de raamabtenaren van Work First eindelijk gedwongen worden te doen waarvoor ze betaald worden: werklozen begeleiden naar een passende baan. Dat is iets heel anders dan hen rotklusjes laten opknappen in ruil voor een uitkering. O, heerlijk uur, wat zal dat een tegenvaller zijn voor die uitvreters van Work First: moeten ze eindelijk aan het werk.

close

Genoten van dit artikel? Ontvang mijn schrijfsels dan gratis in je mailbox.