Een sanitaire topvoorziening

Quote van de week: „De toiletwereld is enorm veranderd.” Daarom verlengt NS de contracten niet van alle 21 toiletjuffrouwen op de grote stations. Een manager: „wij willen dat treinreizigers het verblijf op het station als heel plezierig ervaren. En daar hoort een sanitaire topvoorziening bij.” De exploitatie van de toiletten zal worden uitbesteed. „Er zijn nu bedrijven die heel goed zijn. Wij willen profiteren van hun innovatie.”

Ik vind het maar een veeg teken dat de Nederlandse Spoorwegen reizigers het verblijf op het station zo aangenaam mogelijk willen maken. Liever zie ik dat ze het verblijf van reizigers op het station zo kórt mogelijk maken. En als NS reizigers per se wil verblijden met een sanitaire topvoorziening, dan graag ín de trein. Want waarom hebben toiletten in intercity’s negen van de tien keer een zeiknatte vloer? Geen idee of het urine, water of oud zaad is, maar er drijven altijd flarden toiletpapier in. En hoezo „profiteren van innovatie.” We moeten juist terug in de tijd! In elke intercity graag een toiletjuffrouw. De dame van de retirade, zoals mijn oma haar altijd noemde. Eentje bij elk toilet graag. Zo moeilijk is dat niet. Een stoel en klein rond tafeltje, en je bent klaar. Helemaal mooi is het wanneer alle NS-dames van de retirade geblondeerd zijn, een schort dragen en zichzelf tante Annie noemen.

Ochtendspits. Schutterige reizigers met aandrang. Eerst die twijfel. Moet je nu vóór of na het toiletbezoek een muntje op het schoteltje gooien? Maar tante Annie wenkt je al, met een fles wc-eend in de hand. „Komt u maar, nee hij is schoon hoor, alstublieft.” Daar zit je, op een brandschoon toilet. Op een plankje schuin boven je het complete oeuvre van Max Tailleur. Buiten wacht tante Annie van de retirade. Het toilet is haar kroondomein. Nu maar hopen dat ze niet hoort hoe je jezelf ontlast. Oh jee, de plons. Daarna het geluid van de toiletrol. Tot overmaat van ramp moet je twee keer doortrekken.

Na afloop bij het schoteltje. Je kijkt beschaamd om, maar tante Annie staat alweer voorovergebukt, met de rug naar je toe, de toiletbril te boenen waarop jij zo even zat. Naast haar op de grond een spuitbus lavendelspray. Zoveel toewijding. Je gooit een munt van twee euro op het schoteltje. „Heel gul, dank u wel!” roept tante Annie zonder op of om te kijken. Want een beetje toiletjuffrouw kent de klank van elk muntstuk. Wat een vakvrouw. Als dat geen sanitaire topvoorziening is, weet ik het ook niet meer.

close

Genoten? Abonneer je dan op mijn gratis nieuwsbrief en ontvang net als 2200 anderen elke twee weken verse columns en longreads in je mailbox.

Luuk Koelman
Luuk Koelman

Dit artikel is geschreven door Luuk Koelman. Hij is columnist (o.a. voor Nieuwe Revu), ghostwriter en schrijfcoach. Hij werkt voor mensen die graag schrijven én voor mensen die liever niet schrijven.

Contact

Of mail me via luuk[at]koelman[dot]com