Illusie

Derek Ogilvie, het Schotse medium, is op tv. Hij staat voor een zaal. De zaal zit vol met mensen die een dierbare hebben verloren. Allen hopen vurig op een boodschap van hun gestorven geliefde.

Derek stapt op een jonge vrouw af, op de eerste rij. Hij wil weten voor wie zij komt. Ze vertelt dat haar moeder enkele maanden geleden is overleden. Derek knikt. Goed nieuws, haar geest is aanwezig. “Je moeder staat achter je met een ring”. Derek wil weten waarom. De jonge vrouw vertelt dat haar moeder een ring had waar ze heel zuinig op was. Bewonderende kreten in de zaal. Knap dat Derek dat weet!

Hoofdschuddend zit ik voor de buis. Ja, zo kan ik het ook: ‘je moeder staat achter je. Ze heeft een pot thee in haar hand. Waarom?’

Na de reclame geeft Derek een privé-reading bij mensen thuis. Hij is akelig trefzeker en weet opvallend veel details over de overleden zoon des huizes. Na afloop zijn de ouders diep onder de indruk. “Wat een mooi moment”, verzucht de moeder. Alles wat Derek Ogilvie zei, “was exact goed”.

Vraag ik me toch af, hoe flikt Derek Ogilvie dat? Is hij een kundig ‘cold reader’? Met andere woorden: Derek suggereert iets (“ik zie een oude man”) en de cliënt vult het vervolgens in (“dat moet wel mijn opa zijn!”). Of heeft hij via de redactie van het programma voorkennis gekregen? Derek ontkent dat overigens ten stelligste. Of wordt er veel geknipt in de opnamen en krijgen we de missers niet te zien? Ik weet het niet. Piekerend zet ik de televisie uit.

Een dag later. David Copperfield op tv. De illusionist rent met zijn assistente heen en weer over het podium. Veel parmantige pasjes en grote gebaren. De assistente kruipt onder een tafelblad met een gat erin. Ze steekt haar hoofd door het gat. David plaatst een houten kistje over haar hoofd. De muziek zwelt aan. Dan gebeurt het. David Copperfield wrikt met een enorme zaag het kistje los van het tafelblad. Een vreemde gewaarwording. De illusionist rent rond met het kistje met daarin het hoofd. Hij laat het hoofd zien aan het publiek. Enkele meters verderop, onder het tafelblad, beweegt de romp van de vrouw alsof er niets aan de hand is. Of toch wel, haar handen zoeken haar hoofd.

Vraag ik me toch af, hoe flikt David Copperfield dat? De assistente draagt een pruik en een grote zonnebril. Waarom is dat? Misschien heeft het er iets mee te maken. Ik weet het niet. Piekerend zet ik de televisie uit.

Inderdaad, ik weet het niet. Maar wat ik wél weet, is dat geen enkele aanhanger van Derek Oglivie ook maar één seconde gelooft dat David Copperfield zijn assistente echt heeft onthoofd – ook al heeft hij het met eigen ogen zien gebeuren. Waarom dan wel geloven dat iemand met overledenen kan praten? Wat is het verschil? David Copperfield en Derek Oglivie. Beiden creëren een illusie. Meer is het niet.

close

Af en toe een verse column én exclusieve schrijftips in je mailbox?