sinterklaas zwarte piet

Ik betuig diepe spijt en berouw

De waarheid is: ik heb die decemberochtend de meest verschrikkelijke dingen gedaan. Nu, 31 jaar later, kijk ik met verbijstering terug op deze schandvlek uit mijn leven. Het is onvergeeflijk. Ik heb gekwetst. Ik schrijf het op omdat ik er nog steeds niet over kan praten. Het lukt me niet. Ik zat fout, zo verschrikkelijk fout. Het zit mij nu al jaren dwars, maar het is niet meer terug te draaien en dat vind ik verschrikkelijk. Daarom wil ik schoon schip maken, want nooit heb ik verantwoording afgelegd over mijn verleden. Het vervult me met schaamte en het enige wat mij nu nog rest, is een openbare boetedoening.

Het was 3 december 1987, een donderdagochtend. Ik was jong, 23 jaar, en kon het geld goed gebruiken. Maar dat wil ik absoluut niet als excuus aanvoeren. Huppelend ging ik alle klassen af. Ik riep “zijn er hier nog stoute kinderen?” en gooide strooigoed in het rond. Een heel lief jongetje met een enorme wijnvlek in zijn gezicht mocht op mijn schouders zitten. Na afloop kreeg ik 25 gulden van de schooldirecteur. Ik heb dit bloedgeld geaccepteerd. Ook dat is onvergeeflijk.

Ik kijk terug en betuig diepe spijt en berouw over hoe ik ben omgegaan met de menselijke waardigheid. Ik heb honderdduizenden medelanders tot in het diepst van hun ziel gekwetst. Er is geen enkel excuus denkbaar.

Ik draag mijn verleden met mij mee en besef dat deze mensen de pijn die ik hen toen heb aangedaan, nog steeds voelen. Hiervoor bied ik mijn diepe, diepe verontschuldigingen aan. Aan de negroïde medemens in het algemeen en Prem Radhakishun in het bijzonder. Ik heb niet alleen hun mensenrechten met voeten getreden, maar ook hun culturele rechten en hun minderhedenrechten. Ik kan en wil dit niet ontkennen.

Daarom vind ik het belangrijk verantwoording af te leggen over mijn verleden als Zwarte Piet. Mocht een onderzoekscommissie van de VN mij als getuige willen horen, dan zal ik hen als spijtoptant alles vertellen.

Wat er van al die kinderen op die basisschool is geworden, ik weet het niet. Maar ik begrijp de impact van mijn optreden. Mocht één van hen ontspoord zijn in zijn latere leven, bijvoorbeeld omdat hij er een hobby in heeft gekregen elk weekend negers in de hens te steken, dan trek ik mij dat persoonlijk aan.

Ik hoop dat vergeving ooit tot de mogelijkheden hoort. Maar als de maatschappij daar nog niet aan toe is, heb ik daar alle begrip voor. Ik was immers een propagandist van een onmenselijk, racistisch feest.

Scroll naar top