Het perron

Ik droomde dat ik midden in de nacht op een compleet verlaten station stond. In het vale schijnsel van een enkele lamp zag ik op het perron tegenover me mijn moeder staan. Haar kleine blauwe reiskoffer stond naast haar. Ze zwaaide naar me.

Naast me stond een conducteur. Hij droeg een witte doktersjas.
“Hoe kom ik op het andere perron?” vroeg ik.
“Dat gaat niet,” antwoordde de conducteur, “dit station kent geen onderdoorgangen.”
Een trein stopte, pal voor mijn neus. De deuren zwaaiden open. “Stap in,” zei de conducteur.

Het volgende moment zat ik in de trein. Deuren sloten. De trein zette zich langzaam in beweging. Ik drukte mijn gezicht tegen het raam. Daar stond mama. Ze zwaaide en zwaaide, tot ik haar niet meer zag.

Opeens was het licht. De conducteur kwam mijn kaartje knippen, dat ik helemaal niet had. Maar dat was niet erg, mits ik zijn zin goed afmaakte.
Sleep is a station,” sprak de conducteur.
Life is a train,” antwoordde ik.

close

Genoten? Abonneer je dan op mijn gratis nieuwsbrief en ontvang net als 2200 anderen elke twee weken verse columns en longreads in je mailbox.

Luuk Koelman
Luuk Koelman

Dit artikel is geschreven door Luuk Koelman. Hij is columnist (o.a. voor Nieuwe Revu), ghostwriter en schrijfcoach. Hij werkt voor mensen die graag schrijven én voor mensen die liever niet schrijven.

Contact

Of mail me via luuk[at]koelman[dot]com