De amicale arm van Ruud Lubbers

– Ruud… (…) Rúúd…!
– Mmgrrmm?
– Ben je wakker?
– Wat is het duifje?
– Ik kan niet slapen.
– Ria, het is half vier in de ochtend. Probeer te slapen, ja?
– Ik begrijp het niet, Ruud. Die aanklacht…
– Lieverd, toe nou. Dat heb ik je toch al verteld?
– Maar… De media. Ze maken van die nare grapjes. Dat je amicale arm altijd zo ver naar beneden zakt.
– Ria… Het was een feministische vrouw. En hoe die zijn.. Ik verzeker je, dat wil je niet weten.
– Maar ik… ik snap het niet.
– Lieverd, laat ik je dit zeggen: zulke vrouwen dragen geen nette broekrok, zoals jij.
– Hoe… Hoe bedoel je?
– Ik zag het pas na afloop van het overleg.
– Wat dan?
– De onbetamelijkheid… Ik had je dit zo graag willen besparen.
– Ruud, ik moet het weten. Ik móét het weten!
– De dame in kwestie, zij droeg een laag uitgesneden heupbroek.
– Een heupbroek? Hoezo?
– Ria. Ik… Ik… Er was nog meer…
– Nee…!
– De bovenrand van haar slipje was duidelijk zichtbaar.
– O nee…!
– En het ergste moet nog komen, Ria. Het labeltje van haar slipje stak omhoog.
– O, nee! Nee!
– Ja… En alle vijf de stafleden die bij het overleg aanwezig waren, zagen dat ondeugende labeltje. Ze konden er hun ogen niet vanaf houden. Ik vreesde dat zij door deze langbenige dame voorbij hun remmingen zouden worden gelokt. De gevolgen zouden niet te overzien zijn geweest.
– O, Ruud. Wat afschuwelijk.
– Ria, je hebt recht op de waarheid. Ik heb ingegrepen. Als hoge commissaris van de UNHCR ken ik mijn verantwoordelijkheden. Ik besloot het labeltje terug te stoppen.
– Ja, natuurlijk…
– Ik zat volkomen fatsoenlijk met mijn vingers aan dat labeltje toen ze plots een luchtsprong van jewelste maakte.
– Hoe vulgair van die vrouw!
– Het was afschuwelijk. Mijn hand schoot pardoes voorbij haar slipje. Ik kwam helemaal klem te zitten in haar, eeeh – nu ja, je weet wel, het decolleté onderaan haar rug.
– De slet!
– En ze was niet van zins los te laten! Zo sterk kneep ze haar billen samen. En die heupbroek zat ook zo strak. Ik dacht dat ik een hartverzakking kreeg.
– De gemene slettebak!
– Ik weet niet wat al die feministes tegen me hebben, Ria. Het was al de vijfde vrouw die zo onbetamelijk tegen me deed. Ze lonken naar me en denken: als meneer Lubbers niet naar mijn welgevormd achterste komt, dan komt mijn welgevormd achterste wel naar meneer Lubbers. Ik kan het niet anders uitleggen.
– Och, arme lieverd, kom hier. Het leven is niet eerlijk. Dat ik toch bijna aan je ging twijfelen. Het spijt me zo. Ik wéét gewoon dat het niet aan jou ligt.

close

Af en toe een verse column én exclusieve schrijftips in je mailbox?