Winny de Jong wil oorlog

De day after. Het Binnenhof ligt er vredig bij in de vroege ochtendschemer. Schuin voor een parkeervak dat speciaal voor de LPF is gereserveerd, maakt een oude Fiat Panda een veel te hoog toerental. De motor loeit, iemand geeft brullend gas, maar de Panda beweegt niet.
Het is Winny de Jong. Ze probeert achteruit in te parkeren.
Weer loeit de motor als een bezetene, dan rijdt de Fiat Panda langzaam achteruit. Indraaien nu. Winny rukt als een bezetene aan het stuur. De wagen zwenkt vervaarlijk en komt tot stilstand. De neus steekt nog minstens een meter uit. Stukje terug. Nog eens insteken. Weer mis. Opnieuw dan maar. De Fiat Panda keert terug in startpositie.

Op dat moment glijdt een Bentley het Binnenhof op. Het is Herman Heinsbroek zelf, die achter het stuur zit. Hij heeft er zin in vandaag, zijn ogen fonkelen. Probleemloos schuift de LPF-minister zijn slagschip in één vloeiende beweging het parkeervak op waar Winny schuin voor staat.
Even blijft het doodstil. Dan stijgt vanuit de Fiat Panda een Hoogduits gekrakeel op, gevolgd door een claxonstoot die over het Binnenhof galmt. Heinsbroek hoort of ziet niets. Zelfs Winny’s rood opgezwollen hoofd dat uit het raampje hangt, valt hem niet op. Onverstoorbaar rommelt hij in een aktetas die op zijn bijrijderstoel ligt.

Met veel misbaar klimt Winny uit haar Fiat Panda. Voor Heinsbroek beseft wat er gebeurt, staat ze naast zijn Bentley en gebaart hem het raampje open te draaien.
Zacht zoemend zakt het raampje naar beneden. Heinsbroek glimlacht. “Mevrouw De Jong, goedemorgen.”
“Wat zijn dat f”r manieren?”
Heinsbroek ziet een rij enorme tanden. Winny’s ogen staan vreemd. Eigenlijk weet hij niet of ze nu lacht of gromt. “Hoe bedoelt u, mevrouw De Jong?”
“Ik was hier aan het inparkeren, ja?”
“Ach, ik verkeerde in de veronderstelling dat u net wegreed.” Gek mens, denkt hij, neem gewoon je medicatie in.
“Weg? Weg? Ik ga nicht weg! Nooit!” Een vinger met een lange harsnagel priemt door het open raampje. “Niemals!”
Heinsbroek steekt zijn elleboog zo nonchalant mogelijk naar buiten. “Luister mevrouw De Jong. Als beoogd partijleider van de LPF heb ik toch al het recht hier te…”
Winny’s hoofd verandert in een overrijpe tomaat. “Wat? Wie is hier de LPF? Jij of ik?”
Herman kucht bescheiden. “Ik natuurlijk.”
“Jij? Ja? Dan vraag je erom.”
Winny loopt naar de voorkant van de Bentley. Ze zet de harsnagel van haar rechterwijsvinger op de motorkap en kijkt Heinsbroek strak aan.
Hermans adem stokt. Hij staart naar de harsnagel. Dit kan niet. Niet zijn Bentley.
Winny trekt. De lak gilt het uit. Een nagel over een schoolbord is er niets bij.
Heinsbroek drukt zijn handen tegen beide oren. “Stop! Stop! Mevrouw De Jong, ik smeek u, doe mijn Bennie geen pijn…”
Maar Winny luistert allang niet meer. Met korte, felle uithalen kerft ze verder, “”n en al concentratie. Het is een Gründlichkeit waar niets of niemand tegenop kan, want Winny krast niet alleen, ze schr”jft.

Pas als Winny het Binnenhof heeft verlaten om een parkeergarage op te zoeken, durft Heinsbroek uit te stappen. Tranen prikken achter zijn ogen. “Bennie, wat heeft die heks met je gedaan?”
Heinsbroek onderdrukt een snik. Hij kijkt op. Vanachter de ramen van het Tweede-Kamergebouw, trots en kolossaal glimmend in de ochtendzon, ziet hij de grauwe gezichten van vierentwintig LPF’ers. Ze kijken naar zijn motorkap. ‘TOTALEN KRIEG!!’ staat er in grote, hoekige letters op.

close

Genoten van deze tekst? Ontvang mijn schrijfsels dan gratis in je mailbox!