De wielrenner: Trappen! Trappen! Trappen! Trappen!

Zo in de maanden juni en juli zien wij in de vrije natuur weer een soort opdoemen die we voorheen nauwelijks zagen. De onder biologen welbekende Homo Velocitas Stupidi. Een eencellige diersoort die wij in de volksmond beter kennen als: de recreatieve wielrenner. Waar de meeste diersoorten, zoals het damhert en het everzwijn, in beeld komen gedurende de bronst (het paarseizoen), laat de Homo Velocitas Stupidi zich vooral zien tijdens de Tour de France.

In die periode maakt zich een onstuitbare drang van de soort meester, waardoor hun populatie zienderogen toeneemt. Zeker deze week, nu de prestaties van het allerhoogste alfamannetje, de Thomas Triumphus, de soort extra hitsig maakt. Een wereld van verschil met de wintermaanden, waarin de Homo Velocitas Stupidi slechts sporadisch in ons straatbeeld wordt waargenomen, en altijd solitair. Ze zijn dan prima benaderbaar en meestal wat schuw in de omgang. Deze exemplaren vormen dan ook nauwelijks een gevaar voor hun leefomgeving.

Anders is het nu de Homo Velocitas Stupidi zich in roedelvorm meent te moeten manifesteren. Als ongeleide projectielen komen zij in een zwerm aanwaaien, altijd hun slachtoffer (meestal een wandelaar of fietser) geluidloos in de rug naderend. Pas in het voorbij zoeven bezigen zij hun door agressie gekenmerkte keelklanken, teneinde zo hun territorium op te eisen. Zo teisteren zij het verkeer. Waarbij overigens ook de vrijpostige wijze opvalt, waarop zij elke paar kilometer hun neus legen: typisch baltsgedrag waarmee de mannetjes elkaar binnen de roedel proberen te imponeren.

De echte rangorde wordt evenwel bepaald via het zogenaamde ‘sprintje trekken.’ De meute waaiert als een sprinkhanenplaag breed uit over de openbare weg, waarbij het naastgelegen, gescheiden fietspad altijd wordt gemeden. Trappen! Trappen! Trappen! In dat ronddraaien van de pedalen, hetgeen qua hersencapaciteit al een hele uitdaging is voor deze eencelligen, ligt evenwel het grote probleem. Waar een automobilist zich aanpast aan zijn directe leefomgeving en bijvoorbeeld vaart mindert als hij de bebouwde kom nadert, is de louter instinctief handelende Homo Velocitas Stupidi hiertoe niet in staat. De soort beschouwt ieder ritje als een wedstrijd.

Zo komt het dus dat met enige regelmatig een Homo Velocitas Stupidi in volle sprint op een geparkeerde auto klapt. Het exemplaar blijft dan meestal zwaar bloedend in de verbrijzelde achterruit hangen. Mooi. Natuurlijke selectie noemen wij dat. Wielerbanen zijn er immers niet voor niets.

close

Genoten van dit artikel? Ontvang mijn schrijfsels dan gratis in je mailbox.