Wat rijmt er eigenlijk op Rachel?

De dagen lengen. Het voorjaar lijkt eindelijk aangebroken boven de Vinkeveense Plassen, maar toch houdt Rachel Hazes de gordijnen van haar droomvilla potdicht. Ze heeft net naar school gebeld en haar beide kinderen ziek gemeld. Er is even geen andere oplossing voorhanden. Frontaal voor de oprijlaan post nog steeds paparazzi-fotograaf Joop van Tellingen. Er steekt een enorme telelens uit het raampje van zijn auto.

André is in alle vroegte vertrokken, ruim voordat de kinderen wakker zijn. Typisch een streek van hem. Mag zij Dré-tje junior en Roxeanne vertellen waarom papa weg is. Rachel heeft het probleem opgelost door beide kinderen steeds een kokertje Pringles te geven wanneer ze over papa beginnen. Dat werkt prima.

Het is half elf. De witte sportsokken van André hangen te drogen over de radiator. Veel heeft hij niet meegenomen. Alleen wat schone onderbroeken en zijn Prisma rijmwoordenboek.
Rachel loopt de woonkamer in en gaat op de bank zitten. Ze heeft helemaal nergens zin in.
Veertien was ze, toen ze voor het eerst samen met André “een beetje verliefd” mocht zingen. André was getrouwd en zij mocht soms op zijn kinderen passen. Later kwam ze hem weer tegen, toen hij gescheiden was. De vonk sloeg over. André had charisma. En humor. Zoals die keer dat hij tegen fotografen zei dat ze mochten langskomen om zijn nieuwe vriendin te fotograferen. Zat hij met een opblaaspop op de bank. Ja, dat was lachen.

De telefoon gaat. Rachel weet meteen dat het André is. Ze neemt op zonder iets te zeggen.
“Met mij,” zegt André.
Rachel haalt diep adem. “Hallo Dré.”
Stilte.
“Ik mis je.” Zijn stem klinkt schor. Aan de rinkelende glazen op de achtergrond kan ze horen dat hij ergens in een café zit.
“Ben je dronken?”
“Moppie…” Ze hoort zijn slepende ademhaling. “Toe nou.”
Ze zwijgt.
“Rachel, wijffie… Ik heb nagedacht. Laten we een nieuw brilmontuur voor je moeder gaan kopen. Zal ze leuk vinden.” Ze hoort hem een boer onderdrukken. “Wanneer kun je?”
Rachel verbijt zich. “Nee, André.”
“Oké, ik begrijp het. Laten we dan morgen samen weer eens langs die Mercedes-dealer gaan. Wat dacht je daar van? Nou?”
Rachel denkt dat ze gek wordt. “André, ik wil geen Mercedes. Ik wil dit niet meer. Ik wil ons leven niet meer.” Tranen springen in haar ogen.
André’s stem breekt. “Schatje, zeg dat nou niet. Wacht, ik weet het. Ik ga nú, hier ter plekke, een lied voor je schrijven. Direct vanuit mijn gevoel. Dat gaan we samen zingen, net als vroeger.”
André schraapt zijn keel. “Rachel, jij bent zo kwetsbaar en sterk tegelijk. Bij jou voel ik me” eeeh” wacht even.” Ze hoort hem bladeren. “De koning te rijk! En tranen rollen over mijn wangen. Wangen… wangen…” Geritsel van papier. “Nergens kan ik nog naar… verlangen!”

Rachel sluit haar ogen. Ze ziet haar echtgenoot voor zich. Een man van tweeënvijftig. Rood en pafferig, met een half leesbrilletje, paniekerig bladerend in een Prisma rijmwoordenboek.
“Wat is er misgegaan?” klinkt het in haar oor. “Wat heb ik jou” jou” aangedaan?”
“Het heeft geen zin meer, André. Alsjeblieft.”
Zijn stem klinkt bijna wanhopig. “Jij bent mijn Rachel. Mijn enige echte… – wacht even, alsjeblieft, ik moet nu helemaal naar de R.” Hij hijgt. Ze hoort hem bladeren.

Rachel legt de hoorn op de haak, trekt de telefoonstekker uit de muur en loopt naar de badkamer. Ze kijkt in de spiegel. Haar mascara is uitgelopen. Ja, wat rijmt er eigenlijk op “Rachel”? Hoogstwaarschijnlijk niets. Ze lacht zuur.

[Toch nog een happy end]

Scroll naar top