Wachtgeld = kassa

We beginnen klein. Mijn warme felicitaties voor ex-LPF’er Gonny van Oudenallen. Ze werd vrijdag beĆ«digd als lid van de Tweede Kamer en mag zich nu al verheugen in een meer dan riante wachtgeldregeling. Het volk spreekt er schande van: 170.000 euro voor een paar maanden als eenmansfractie aanwezig zijn in de Tweede Kamer.

Ik begrijp niet wat daar schandalig aan is. Gonny laat juist zien dat zij als politica prima in staat is voor haar eigen belangen op te komen. Dat is de basis, want als je als politicus niet in staat bent om voor jezelf te zorgen, hoe kun je dan ooit voor je kiezers zorgen? Of, om het maar eens naar onze christelijke traditie te vertalen: was het niet Jezus die zei: zonder liefde voor jezelf, is er ook geen liefde voor anderen? Nou dan!

Nee, het kan altijd erger. Neem nu Hans Smolders, net als Gonny ooit lid van de LPF. Bekend als de chauffeur van Pim Fortuyn die vergat zijn baas uit de baan van het schot van Volkert van der G. te trekken. Smolders leidde in 2002 enkele maanden een vegeterend bestaan als Tweede Kamerlid voor de LPF en streek vervolgens zijn wachtgeld op. Tegenwoordig is hij gemeenteraadslid in Tilburg namens zijn ‘Lijst Smolders’ en maakt hij stampij over het wachtgeld van nog geen duizend euro per maand dat een aantal gepensioneerde gemeenteraadsleden krijgt. Smolders zelf kreeg ruim vijf keer zoveel.

Of nog erger. Alexander Pechtold, bestrijder van de werkloosheid in grote steden. Nu zelf ambteloos burger te Den Haag. Zijn inkomen is de komende twee jaar ook veilig gesteld dankzij de wachtgeldregeling. In het eerste jaar krijgt hij een uitkering van tachtig procent (9400 euro per maand) van zijn ministersalaris doorbetaald en in het tweede jaar zeventig procent (8200 euro per maand). Daar verbleekt Gonny bij. En ook hier geldt: wel rechten maar geen (sollicitatie-)plichten. Daar zal Alexander blij mee zijn. Kan hij de komende maanden ongestoord met een emmer behangplak en een kwast op stap: fijn D66-affiches plakken.

Toch zijn dit allemaal peanuts. De financiĆ«le hoofdprijs is voor Jan Peter Balkenende en zijn doorstartende ministersploeg. In maart stelde onze premier dat er ‘alle reden’ was de ministerssalarissen met dertig procent te verhogen. “Maar vanwege de gevoeligheid van het onderwerp doen we het niet voor onszelf, maar voor een volgend kabinet.”

En laat dat nou net Balkenende III zijn. Misschien niet helemaal volgens de normen en waarden van de gemiddelde Nederlander, maar Jezus begrijpt het gelukkig wel.

Scroll naar top