Waakzaamheid is geboden

Wie denkt dat sinds het einde van de Koude Oorlog spionage tot het verleden behoort, heeft het mis. Deze week publiceerde de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) een geheel vernieuwde uitgave van de brochure Spionage en veiligheidsrisico’s. De conclusie is helder. Vijandelijke spionnen zijn onder ons. U ziet ze niet en ik zie ze niet, maar ze zijn er wel. Ging het vorig jaar – aldus het rapport van de AIVD – om Russische geheim agenten, nu zijn het voornamelijk Chinese spionnen die het op onze hoogwaardige, technologische kennis hebben voorzien. Ze vermommen zich als diplomaat, student of zakenman en slaan vervolgens hun slag.

Onder het kopje ‘wat u zelf kunt doen’ geeft de brochure tips ter onderkenning en voorkoming van spionage. Kent u een Chinees en doet hij of zij zijn best een persoonlijke relatie met u op te bouwen? Dan is waakzaamheid meer dan geboden. Buitenlanders met wie u nietsvermoedend ‘gaandeweg, soms gedurende een aantal jaren, een nauwe band opbouwt,’ kunnen spionnen zijn. Het is vooral oppassen geblazen wanneer ontmoetingen plaatsvinden in de sociale sfeer. De AIVD windt er geen doekjes om. Het is van het grootste belang dat u zich bewust bent van de risico’s van spionage.

En dat ben ik zeker. Ook toen ik gisteren in afhaalcentrum De Chinese Muur mijn wekelijkse loempia bestelde. Dankzij de AIVD ben ik een kritischer mens geworden. Activiteiten met een mogelijk subversief karakter vallen mij direct op. Waarom is deze afhaalchinees zo goedkoop? Het lijkt wel alsof ze geen winst willen maken. En dan die onderdanigheid van het personeel. Daar moet een reden voor zijn. En waarom lijken alle Chinezen op elkaar? En wat betekent dat aquarium naast de balie? Waarom tel ik nu vijf goudvissen en vorige week nog zes? Welke geheime boodschap steekt hierachter?

De zaak is leeg. Ik word verdacht snel geholpen door een bejaarde Chinees die hier sinds jaar en dag werkt. Wanneer hij me de plastic zak met de loempia geeft, kijk ik hem recht in de ogen. Hij lacht naar me. Ik wenk de oude man. Hij doet voorzichtig een stapje naar voren. Ik gebaar dat hij nog dichterbij moet komen, tot mijn lippen bijna zijn rechteroor raken. “Als de rode draak vuur spuwt, schudt de zwaluw slechts haar veren,” fluister ik.
De bejaarde Chinees kijkt me vreemd aan. Mijn gezicht staat strak. Ik knik langzaam. Dan lacht de oude man. Hij wijst naar de zak met de loempia. “Jaja, sambal bij voor u. Lekker heet.”
Voor ik iets kan zeggen, is hij alweer richting keuken gesneld. Hij roert nu in een grote wok vol bami. Perfecte dekmantel.
Ik observeer de oude man nog een minuutje of wat. Ik zie de groeven in zijn gezicht, de routine waarmee hij voor zijn fornuis staat. Dan slaat plots een klein beetje twijfel toe. Even dringt de gedachte zich op dat deze Chinees misschien, héél misschien toch een goede Chinees is.

Enigszins overstuur keer ik huiswaarts. Die jongens van de AIVD zijn toch niet gek? Koortsachtig lees ik nog een keer de brochure door. En ja hoor, daar staat het, op pagina 7: ‘Eén van de belangrijkste kenmerken van effectieve spionage is de onzichtbaarheid ervan.’
Verdomd, was ik er toch bijna ingetuind. Niet te onderschatten, die Chinezen.

close

Genoten van deze tekst? Ontvang mijn schrijfsels dan gratis in je mailbox!