Tot tien tellen

In de Albert Heijn dribbelt een klein meisje voorbij. In haar minikarretje staan vijf pakken Venz hagelslag en nu stiefelt ze op de zuivel af. Haar moeder, een jonge vrouw met een Louis Vutton-tas, volgt enkele seconden later. Moeizaam trekkend en sjorrend aan haar tot de nok toe gevulde boodschappenkar, kan ze het tempo maar nauwelijks bijbenen. “Kom nou, Lotte. We moeten naar huis.”
“De Danoontjes!” roept Lotte. “Ik wil ook Danoontjes.” Haar winkelwagentje komt ratelend tot stilstand tegen de rand van de koeling.

“Nee schatje, niet doen.” Met moeite weet de moeder haar kar tot stilstand te brengen. “Je kunt niet elke dag een Danoontje krijgen.”
Maar de woorden dringen niet tot het meisje door. Ze begint ijverig haar winkelwagentje vol te laden met de felgekleurde bakjes.
“Lotte, wat hadden we gisteren afgesproken toen je die Barbiepop kreeg?”
Het meisje keurt haar moeder geen blik waardig. In grote ernst gaat ze door met het vullen van haar karretje. De pakken Venz zijn al bijna verdwenen onder de Danoontjes.
De vrouw pakt het winkelwagentje van haar dochter vast. Consequent zijn in de opvoeding, zeggen J/M en Ouders van Nu. Een kwestie van wilskracht. “Lotte. Dit vindt mama niet lief van je.”

Het gezicht van het meisje betrekt. Ze kijkt haar moeder pruilend aan. “Wel! Afblijven!” Dan begint ze uit alle macht aan haar karretje te trekken. “Nee! Nee! Nee!”
De moeder zucht. Ze kijkt naar het verkrampte gezicht van haar spruit en dan naar het al bijna lege schap Danoontjes. Eigenlijk heeft ze haast. In gedachten was ze al voorbij de kassa, in de auto en op weg naar huis. “Laat eens los, Lotte. Doe wat mama zegt.” Terwijl ze met haar ene hand haar eigen boodschappenkar vasthoudt, probeert ze met haar andere hand het wagentje van haar dochtertje naar zich toe te trekken. Het heeft iets van een hopeloze spagaat.
Het meisje rukt nu uit alle macht aan haar karretje. “Au! Au! Au! Je doet me pijn, mama!”

De moeder schrikt. “Lotte, doe niet zo raar! Mama doet je helemaal geen pijn!”
Vanuit haar ooghoeken ziet ze de mensen kijken. Dan laat ze los. Even lijkt de tijd stil te staan. De vrouw werpt vertwijfeld een blik op het volle karretje van haar dochter. Er trekt een vermoeide blik over haar ogen. “Thuis heeft papa iets lekkers voor je. Denk je ook niet?”
Maar daar trapt dochterlief allang niet meer in. Ze duwt haar volle karretje boos richting kassa. De moeder kijkt haar dochtertje na. Opvoeden is een strijd. Even maakt ze aanstalten een tegenovergestelde richting in te lopen. Dan haalt ze diep adem en duwt haar kar achter die van haar dochtertje aan.

Ik loop door. Bij de kassa kom ik moeder en dochter opnieuw tegen. Moeder zet op automatische piloot de Danoontjes op de lopende band. Dochterlief verpoost even in de ballenbak. Bij terugkomst is ze alweer in een opperbest humeur, al is de aanvaring van daarnet nog niet vergeten. “Mama, ik moet thuis met je praten wat ik vond het helemaal niet fijn wat jij deed.” De vrouw kijkt haar kroost woest aan. Ze kookt. Haar vingers verkrampen. Een fikse lel om de oren, dat is wat dit wicht verdient.
Of toch maar tot tien tellen? Het liefst doe je als ouder het eerste, maar toch kies je voor het laatste. Zo ook deze vrouw. Even later sjokt ze gelaten achter haar dochter aan richting auto. Altijd maar weer tot tien tellen, het is de tragiek van het moderne ouderschap.

close

Af en toe een verse column én exclusieve schrijftips in je mailbox?