Tijd is geld, zeiden ze vroeger

De meeste mensen die ik ken, zijn arm. Arm aan tijd. Ze hebben dan wel oneindig veel spullen, maar het belangrijkste wat ze niet hebben, is tijd.

Dat is raar, want neem nu het jaar 1900. Stromend water en riolering waren nog een uitzondering. Water haalde je uit een put en kakken deed je maar mooi ergens anders. Er was nog geen wasmachine, geen magnetron, geen waterkoker, geen stofzuiger, geen vaatwasser, geen koelkast, geen vriezer, geen elektrische boormachine, geen auto, geen computer.

Al die spullen tezamen besparen ons nu uren en uren, maar toch werken we nog net zoveel als een eeuw geleden. Misschien zelfs wel meer.

Het is een vreemde contradictie: hoe rijker je bent aan geld, des te armer je bent aan tijd. Maar ja, geld is nu eenmaal een statussymbool – en tijd niet. Wie geld zat heeft, die heeft het gemaakt in het leven. Maar wie tijd zat heeft, is lui.

Wie niets doet, die luistert naar het verstrijken van de tijd. Het getik van de klok, dat ons langzaam maar zeker richting het grote niets leidt. Tijd is eng. Het vervelende aan tijd is dat hij verstrijkt.

Gelukkig kun je met geld tijd kopen. Dus schaf je voor veel geld een robotstofzuiger aan. De tijd die je daarmee wint, gebruik je om wat vaker in te loggen op je werk-email. Want zover is het al gekomen: je werk is, via al dat thuiswerken, je vrije tijd binnengedrongen.

En zo blijven de meeste mensen dus arm. Arm aan tijd. De welvaart mag dan doordenderen, maar veel verandert er niet. De grootste luxe in het leven is niet geld, maar tijd. Geniet van elke seconde.

Raar is dat. Tijd is geld, zeiden ze vroeger. Maar nu is geld tijd.

close

Genoten van deze tekst? Ontvang mijn schrijfsels dan gratis in je mailbox!