Tien jaar columnist

Laat ik het maar eens ongegeneerd over mezelf hebben. Het mag, want vandaag ben ik op de kop af tien jaar columnist bij Metro. Op 27 augustus 1999 verscheen hier mijn allereerste column. Terugbladeren door die honderden cursiefjes is een feest van herkenning. Gretta Duisenberg! Ach, vrouwtje toch. Ze sleepte me in 2003 voor de rechter. Een procedure die in totaal anderhalf jaar in beslag zou nemen. Uiteindelijk won ik de zaak.

Vooral de allereerste e-mail van Gretta’s advocaat zal ik nooit vergeten. Ik dacht eerst aan een grap. De man heette Trojan en destijds had je het Trojan-virus op internet. Pas toen een dag later de postbode met een aangetekend schrijven kwam, kon de champagne open. Hoera! Een van woede schuimbekkende BN’er is voor elke columnist een godsgeschenk.

Maar los daarvan: elke schuimbekkende lezer is mij even lief. Neem nu de hartenwens die een Wilders aanhanger me laatst mailde: “Ik hoop dat de kankercellen in uw hoofd zich zullen verenigen tot een tumor waarna wij met een brede glimlach zullen urineren op uw graf’”. Met als P.S.: “mijn verwensing geldt tevens voor je kinderen”.

Daar moet ik dan weer hard om lachen. Ik heb namelijk helemaal geen kinderen. Had ie moeten weten, want ook mijn sterilisatie heb ik tot in detail beschreven in een column. Dat leverde op station Rotterdam Lombardije nog een gewonde reiziger op. Echt! De ongelukkige viel letterlijk flauw toen hij las hoe één van mijn doorgeknipte zaadleiders plots weer terug de teelbal in schoot. Pas na veel gewroet vond de uroloog het op een spaghettisliert lijkende stukje weefsel weer terug.
Dat trok die arme reiziger dus niet. Hij werd bewusteloos en met een gat in het hoofd afgevoerd naar het St. Clara Ziekenhuis. De kracht van het woord!

Daar ben ik stiekem heel trots op. Temeer omdat het meestal wel meevalt met die kracht van het woord. Enigszins beschaamd moet ik u dan ook melden dat ik al die jaren ‘slechts’ één doodsbedreiging heb mogen ontvangen (“we komen bij je langs om een vat motorolie over je heen te kieperen. Daarna gaat de hens erin”). Nee, ik tel nog niet echt mee. Misschien moet ik daar de komende tien jaar maar eens aan gaan werken.

Scroll naar top