Te sullig voor woorden

Ex-voetbalprof Willy van de Kerkhof laat zijn stofzuigertje draaien op windenergie. Het is maar dat u het weet. Honderden billboards tonen zijn glimmende gezicht in het kader van een consumentencampagne over duurzame energie in Brabant. De campagne gaat een jaar duren en is seizoensgebonden. De herfst staat alvast in het teken van de fopspeen die windenergie heet.

Jazeker, windturbines zijn dure apparaten die nauwelijks iets opleveren. Voorstanders babbelen maar wat graag over die paar procenten van onze electriciteitsbehoefte, waarin windenergie voorziet. Een fraai staaltje eco-bluf. Wie een objectief schoner milieu wil, kan beter uitgaan van onze totale energiebehoefte, en windenergie neemt daarvan slechts 1/1400ste deel voor haar rekening. Dat is ongeveer dezelfde verhouding als één minuut staat tot vierentwintig uur. Verdubbel in heel Nederland het aantal windmolens en je hebt al twee minuten te pakken. Dat schiet lekker op.

Toch presenteren overheid en politiek windmolens als hét totaal-pakket voor een schoner milieu en de bestrijding van het broeikaseffect. Waarschijnlijk omdat er nauwelijks een indrukwekkender symbool denkbaar is dan een windmolen. De kleine exemplaren zijn groter dan de hoogste flatgebouwen. De grote exemplaren torenen daar weer ver bovenuit met hun hoogte van 120 meter, en wieken met de spanwijdte van een Boeing 747. Dat maakt windenergie tot het zoenoffer bij uitstek om als politiek onder de maatschappelijke druk uit te komen, die een oplossing verlangt voor alle milieuproblemen.

Windturbines als nutteloze politieke symbolen van intimiderende omvang. Geen kerken, kloosters of bossen meer in de verte, maar een windmolen als dominerend element in het landschap. Voor één minuut energie per dag wordt natuurlandschap veranderd in een industrie-gebied met een belabberd lage productiviteit. Want windenergie vermindert het CO2-probleem niet. Alle windturbines ter wereld moeten 25 eeuwen draaien om de CO2-uitstoot van één jaar energiegebruik te compenseren. En van een besparing op fossiele brandstoffen is ook geen sprake. Ons energieverbruik groeit simpelweg met de economie mee – alle pogingen tot energiebesparing ten spijt.

De politiek blijft intussen alle investeringen in windenergie buitengewoon aantrekkelijk maken. In Friesland ontvangen boeren per windturbine 60.000 gulden subsidie. Bovendien is wettelijk vastgelegd dat leveranciers van windenergie voor elke kilowatt-uur die ze leveren, een prijs betaald krijgen die vele malen boven de werkelijke marktwaarde ligt.

Zo wordt jaarlijks 600 miljoen gulden gemeenschapsgeld gespendeerd aan pure windhandel. Een kolossaal bedrag waarvoor tal van organisaties graag bereid zijn de zegeningen van windenergie schromelijk te overdrijven. En nu komen die foeilelijke, detonerende apparaten ook het landschap in Noord-Brabant domineren. Waarom eigenlijk Noord-Brabant? Waait het daar soms harder dan aan de kust?

Ik voorspel dan ook dat het niet lang meer zal duren voordat iederéén inziet dat windenergie te sullig is voor woorden. En dat zadelt ons meteen op met een nieuw probleem: wat gaan we straks doen met al die afgedankte windturbines? Wellicht kunnen we er ventilatoren van maken. Da’s pas handig tegen het broeikaseffect. Of we gebruiken al die buizen als oliepijpleiding voor het Waddengebied. Dat lijkt me wel iets. En mocht de milieubeweging tegen zijn, dan laten we al dat ijzer gewoon afzinken in de Noordzee. Toch wel jammer dat we geen snelle kweekreactor hebben, zoals in Kalkar. Daar kun je tenminste nog een pretpark van maken.

close

Af en toe een verse column én exclusieve schrijftips in je mailbox?