Stamkroeg

We schrijven de late avond van een woensdag, al zou het ook iedere andere dag van de week kunnen zijn. In café Weemoed, een ranzig drinkgelag, weggemoffeld tussen de vele grand cafés die de stad rijk is, sukkelen de uren voorbij.

Sommige cafés zijn de laatste pomp voor de grens. Terminale drinklokalen die de geur ademen van houtrot en doodgeslagen bier. Plaatsen waar aarts-losers met holle ogen voor zich uit staren, worstelend met de vraag waarom ze godbetert ooit verwekt zijn.
Maar Weemoed is anders.

Weemoed ligt kilometers áchter die grens. Hier vegeteren de lieden die zo werkloos zijn dat ze in de supermarkt steevast de kassa met de langste rij kiezen. Wie bij hen uit een opeenvolging van zinnen een gesprek hoopt te destilleren, die komt bedrogen uit, want in café Weemoed zijn ouderdomsvlekken en geestelijke ontbinding niet aan leeftijd gebonden.

Zoals die ene kerel daar, al sinds jaar en dag vergroeid met de hoek van de bar. Een vol glas Palm staat voor hem en hij hangt er leeg overheen. Af en toe grinnikt hij wat, zachtjes lispelend tegen niemand in het bijzonder. Hij is zijn eigen beste metgezel. Voor hem is het leven één grote herhaling. Op goede dagen waggelt hij huiswaarts, op slechte dagen kruipt hij.

Als nieuwbakken student behoor je dat alles in één oogopslag te zien, mocht je er tijdens je introductieweek per ongeluk binnenstappen. Kijk eens rond en verwonder jezelf. Alleen wanneer je iemand wil feliciteren met een bestaan dat honderd keer niets is, is Weemoed the place to be. Laat het in hemelsnaam je stamkroeg niet worden.
 

close

Genoten van dit artikel? Ontvang mijn schrijfsels dan gratis in je mailbox.