Smetvrees: volksziekte nr 1

Mondkapjes voor burgers. Werken ze wel of werken ze niet? In Nederland vinden deskundigen van niet – over de grens vinden ze van wel. In Duitsland noemen virologen het dragen van een mondkapje door burgers een “bijzonder belangrijke maatregel.” In Nederland doet het RIVM het dragen van een mondkapje af als “schijnveiligheid”.

Rijst de vraag: weten we eigenlijk wel wat de beste manier is om verspreiding van het virus te voorkomen? Nee. En is die anderhalve meter überhaupt een functionele maatregel? Niemand die het weet. Want hoezo anderhalve meter? In de Verenigde Staten is het 1,8 meter (6 voet, terwijl 5 voet anderhalve meter is). In Oostenrijk en Duitsland wordt 1 meter aangehouden. In Denemarken, Spanje en Slowakije is het weer 2 meter. En om het nog wat ingewikkelder te maken: nieuw Amerikaans onderzoek wijst uit dat “de veilige afstand” 6 tot 8 meter is.

Die anderhalve meter; het doet denken aan het overheidsadvies tijdens de Koude Oorlog, opgenomen in de folder ‘Wenken voor de Bescherming van Uw Gezin en Uzelf’. Als de bom valt, dan kruip je onmiddellijk onder de trap. Of onder de keukentafel, dat volstaat ook. De folder staat nog steeds online en bevat mooie quotes als “een atoombomexplosie kunt u herkennen aan een zeer felle lichtflits.” Zestig jaar later is er weinig veranderd. Als overheid heb je slechts één taak: de burger het gevoel geven dat deze niet machteloos staat tegenover al het onheil dat ooit, heel misschien, op hem afkomt.

Hier in Nederland is “anderhalve meter” intussen de eenheidsmaat waar de gehele samenleving op drijft. Huisarts Danka Stuijver verhaalt in de Volkskrant hoe ze gebeld wordt door de buurman van een half verlamde oudere dame. Het besje is van de bank gevallen toen ze naar een kopje thee reikte. Opstaan lukt haar niet. Buurman ziet haar liggen door het voorkamerraam. En ja, hij heeft een sleutel, maar naar binnen gaan doet hij niet, want anderhalve meter en zo. Dus mag de huisarts op komen draven. Terwijl zij een half uur later de oude dame overeind helpt, kijkt buurman door het voorkamerraam goedkeurend toe. Duim omhoog! Ja, hij kan trots zijn op zichzelf. Toch maar mooi die anderhalve meter in acht genomen.

Anderhalve meter; baat het niet dan schaadt het niet, nietwaar? Beter die keukentafel bij een atoomaanval dan helemaal niets. Dus houd je afstand. Omdat het geen kwaad kan. Dus blijf je thuis. Omdat het geen kwaad kan. Dus schud je geen handen meer. Omdat het geen kwaad kan. Dus draag je een mondkapje. Omdat het geen kwaad kan. Dus raak je niemand meer aan. Omdat het geen kwaad kan.

Maar dat is een eufemisme. Niemand loert in de supermarkt angstvallig om zich heen, enkel en alleen omdat het geen kwaad kan. Niemand houdt ‘omdat het geen kwaad kan’ de adem in wanneer hij of zij op straat iemand passeert. Hier geldt slechts één mantra: het gevaar is altijd die ander. Dus al dat ’samen’ waarover iedereen het heeft in tijden van rampspoed, ik zie het niet. Evenmin als de claim van koning Willem-Alexander dat “een gevoel van saamhorigheid en trots ons dwars door deze moeilijke tijd zal blijven verbinden.”

Niets saamhorig, het is ieder voor zich.

Opgedrongen smetvrees

En zo rollen we met zijn allen een samenleving in met één grote algemene deler: smetvrees. Google eens op de term. Smetvrees is een fobie die in de DSM-V in de categorie ‘obsessief-compulsieve stoornissen’ valt. Binnen twee maanden tijd is het volksziekte nummer 1 geworden.

Ga maar na: een supermarktmedewerker die de handvaten van je winkelwagentje ontsmet; is ooit aangetoond dat zoiets nut heeft? Volgens tal van virologen helpt het niets. Maar toch gebeurt het. Psychiaters omschrijven dergelijke handelingen als ‘reinigingsrituelen’. Het zijn bezweringen. Wie lijdt aan smetvrees, die maakt thuis na elk bezoek alles schoon wat is aangeraakt: de kraan wordt gepoetst, deurkrukken en lichtknopjes worden afgenomen. Precies het advies dat de overheid ons nu geeft. Maar liever nog ziet zij dat we helemaal niemand meer binnen laten.

Helemaal ernstig worden de compulsies (dwanghandelingen) wanneer deze dermate tijdrovend en ingrijpend zijn dat ze het maatschappelijk functioneren beperken. Door toe te geven aan angst op besmetting, aldus psychiaters, distantiëren wij onszelf van datgene wat we daadwerkelijk belangrijk vinden, zoals relaties of werk. Hun dringende advies: wanneer de angst voor besmetting je leven gaat beheersen, dien je in therapie te gaan.

Misschien moeten we dat maar eens doen, als maatschappij. Anders naderen we met rasse schreden het moment waarop al die opgedrongen smetvrees geen onderdeel is van de oplossing, maar van het probleem. Want in je eentje overleef je niet.

close

Genoten van deze tekst? Ontvang mijn schrijfsels dan gratis in je mailbox!