Respect is een dood woord

Vraag ik mij toch af: waarom zou je niet kunnen voetballen zonder respect? Kijk naar Frank Rijkaard die tijdens het WK van 1990 Rudi Völler een dikke fluim in de nek spuugde. Of Ronald Koeman. Hij veegde na de de gewonnen halve finale tegen West-Duitsland (EK 1988) zijn billen af met het shirt van Olaf Thon.

Zonder respect geen voetbal. De slogan is bedacht door reclamebureau TBWA/Neboko, in opdracht van de KNVB. Blijkbaar waren de bobo’s van de bond zo weinig geïnspireerd geraakt door de dood van grensrechter Richard Nieuwenhuizen, dat ze zelf niets wisten te bedenken. Het werd een compleet inwisselbare slogan, waarvan er dertien in een dozijn gaan: zonder ProRail geen NS. Zonder Nick geen Simon. Zonder kanker geen Kluun. Zonder Badr geen kerst.

Vervolgens was het de bedoeling dat heel Nederland de zonder-respect-geen-voetbal-poster voor het raam zou hangen. Ik heb eens goed rondgekeken, maar nergens een poster te bekennen. Dat was in 1997 wel anders. Toen hing in twee miljoen Nederlandse huishoudens een reclameposter van Mitsubishi achter het raam, want alleen zo maakte je kans op één van de tachtig gratis Mitsubishi Carisma’s. Maar respect hoef je blijkbaar niet te winnen. Daar heb je recht op. Ik vind dat zo’n onzin. Waarom zou ik als een glibberige allemansvriend respect hebben voor iedereen? Respect heeft te maken met waardering en bewondering. Heb je daar recht op? Nee, maar je hebt wel recht op een normale bejegening. Een scheidsrechter voor vuile vieze kankerlijer uitmaken, heeft niets te maken met gebrek aan respect – maar alles met een gebrek aan normale omgangsvormen. Dus houd op over respect. Respect is verworden tot een woord zonder inhoud. Spreek het woord uit en je hoort de echo galmen. Respect is een dood woord geworden.

Vervolgens zag ik minister Opstelten op televisie. Hij wil geweld tegen scheidsrechters gelijk stellen aan geweld tegen hulpverleners. Strenger straffen dus. Waarmee de minister burgers oproept enkel nog in een strak zwart kort broekje over straat te rennen. Fluitje in de mond, de borst fier vooruit en de billen toegeknepen. Tenminste, als we niet willen dat onze belager er straks met een taakstraf vanaf komt.

Dat is de oogst tot nu toe. Een lege slogan en een antwoord van de politiek zonder inhoud. Laten we opnieuw beginnen, maar dan met een slogan die de hele wij/zij-discussie die voetbal in essentie is, wél samenvat: de klootzak, dat is altijd die ander.

Scroll naar top