Professionele troost

Het kan zomaar gebeuren. Je gaat naar een uitvaart van een kennis. Bij de ingang van het crematorium staat de uitvaartverzorger. Hij wijst je op de rouwkamer. Daar staat de open kist. Je kunt, als je dat wilt, de overledene nog even zien. Je knikt dat je het begrepen hebt. De rouwkamer is een meter of acht verderop. Je vertraagt je pas, want je weet niet of je die kennis wel dood wilt zien. Misschien moet je maar direct doorlopen naar de aula. Of toch maar niet? De acht meters zitten er bijna erop.

Nu moet je beslissen. Met bonkend hart stap je de rouwkamer binnen. Je ziet de kist. Ja, daar ligt ie. Het is hem echt, maar ook weer niet. Dat is wat de dood met mensen doet. Je komt dichterbij en dan gebeurt het. Je ziet iets roods in een van je ooghoeken. Je schrikt. Naast je staat een man met een rode neus op. Hij kijkt je droevig aan. Uit zijn borstzak steekt een plastic bloem waar een straaltje water uit komt.

Na de cliniclown is er nu ook de rouwclown. Hij bestaat echt. Het is een vak. Rouwclowns maken met hun aanwezigheid tijdens een uitvaart verdriet los. Dat is goed, want huilen lucht op. Zo biedt de rouwclown troost. Professionele troost, want voor niets gaat de zon op.

Dat heeft me aan het denken gezet. Ik wil ook professionele troost op mijn eigen uitvaart. Maar omdat mijn vrienden nooit naar een clown gaan voor troost, heb ik een andere keuze gemaakt. Ik wil een prostituee met enorme borsten op mijn begrafenis. Mogen alle aanwezigen om de beurt even uithuilen in haar decolleté. Lekker snotteren.
Ik denk dat zo’n dame ook prima van pas komt bij het graf, wanneer de kist zakt. Veel mensen weten zich op zo’n moment geen houding te geven. Waar laat je je handen? Precies! Lekker kneden die borsten, voelen dat je leeft. Daar kan geen rouwclown tegenop.

close

Genoten van deze tekst? Ontvang mijn schrijfsels dan gratis in je mailbox!