Een overleden iPhone

Laatst overleed mijn iPhone. Ik was net onderweg naar Rotterdam, voor een zakelijke afspraak. Daar reed ik, over de snelweg. Het koude zweet brak me uit. Zonder mijn navigatie-app ben ik nergens. Het was een klein wonder dat ik me de naam van het hotel überhaupt nog kon herinneren.

Eenmaal in Rotterdam deed ik wat iedereen vroeger deed. Speuren naar een voetganger die er uit ziet alsof hij de weg weet. Ik trof een oud heertje met een dwergpoedel. Vriendelijk lachend nam hij alle tijd voor me. Mijn excuus over de kapotte iPhone wuifde hij weg. Zelf had hij ook enkel een vaste lijn, thuis, dat was genoeg. Het heertje diepte papier en pen op uit zijn jaszak en tekende de route voor me uit.

En verrek, nog geen tien minuten later vond ik mezelf terug in de lobby van het hotel, op een barkruk. Iedereen om mij heen staarde naar het schermpje van zijn smartphone. Behalve ik dan. Daar zat ik. De zakenrelatie met wie ik had afgesproken, was in geen velden of wegen te bekennen. Wie weet had hij me ge-appt dat hij later kwam? Of nog erger; dat hij verhinderd was? En ik wist van niets!

Naakt was ik, zo zonder smartphone. Ik maakte mezelf klein, als een egeltje. Maar ik ontkwam niet aan een babbeltje met de barman, al deed ik nog een poging door langdurig de nagels van mijn rechterhand te bestuderen. Uiteindelijk hebben we een half uur gekletst. De barman en ik, twee vreemden – maar verdomd, het was nog gezellig ook! Toen tikte mijn afspraak me op de schouder.

Tot zover mijn avontuur zonder smartphone. De volgende dag was ik duizend euro armer en een nieuwe iPhone rijker. Want als puntje bij paaltje komt, vertrouw ik liever op techniek dan op mensen. Logisch toch?

close

Af en toe een verse column én exclusieve schrijftips in je mailbox?