Nieuwjaarsborrel

De toespraak van de directeur mag ze dan gelukkig gemist hebben, aan het gezoen in de kantine is nog steeds geen eind gekomen. De jonge vrouw is nog maar net binnen of daar verschijnt de eerste vage collega al. Het is Hans van de postkamer. Hij draagt een Mickey Mouse-stropdas. Hans heeft verlegen ogen. “De beste wensen hè.”
Ze pakt zijn uitgestoken hand die klam aanvoelt. Hans schudt dat het een lieve lust is. “De beste wensen,” herhaalt hij nog eens. Hij knikt ijverig.

“Ook voor jou Hans,” zegt ze terwijl haar arm met kracht op en neer wordt geschud. Ze kijkt hem aan. Hans ziet er breekbaar uit, zijn schouders hangen, maar toch schudt hij dapper verder.

Niet opgeven, dat moet zijn goede voornemen voor het nieuwe jaar zijn, denkt de jonge vrouw. Zelf heeft ze ook goede voornemens. Wat vaker van zich afbijten en wat minder vaak nieuwe schoenen kopen.

Ze glimlacht. “Zeg Hans, je mag mijn hand nu wel weer loslaten, hoor.”

“O ja.” Hans kucht, staart schuchter naar de grond. Zijn rechterhand frommelt wat aan zijn stropdas als hij plots achteruit wordt geduwd.

“Nee maar, kijk eens aan wie we daar hebben.” Het is Van Dal, hoofd financiën. Een klein rond mannetje in driedelig kostuum, met vale ogen en een bleek, nietszeggend gezicht. Hij is omgeven door collega’s. In beide handen klemt hij een wijnglas, tot de rand toe gevuld met champagne. Hij lijkt in een melige bui. “Wat vond je van de toespraak. Koddig, niet?”
Ze knikt.
Hij heft beide glazen, vlak voor haar gezicht. Koolzuur springt bruisend omhoog. “O jee…” Het hele gezicht van Van Dal speelt verbaasde onschuld. “Ik kan je geen hand geven.” Van Dal giechelt, kijkt enkele omstanders ondeugend aan. Blikken van verstandhouding. Dan buigt hij zijn hoofd langzaam voorover. Lippen tuiten zich. “Dat wordt zoenen!”

Gelach alom. Het hoofd van Van Dal komt onafwendbaar dichterbij. Ze staart naar zijn vlezige lippen die nu nog lijken te happen naar niets, als een goudvis op het droge.

“Kom maar wat naar voren, meisje,” murmelt Van Dal. Een korte tinteling trekt over haar rug. Poriën openen zich. Hier is geen ontkomen aan. Ze voelt zweet in haar oksels. De mond van Van Dal is nu angstig dichtbij. Er steken lange haren uit zijn neusgaten, met daaronder die vochtige roze trechter van vlees.

De jonge vrouw vermant zich. Vooruit dan maar. Ze draait haar hoofd en biedt een wang aan. Hij zoent haar traag en nadrukkelijk. Het voelt koud en nat aan. Nu de andere wang. Weer dat vochtige vlees. Dan gebeurt het. Van Dal’s lippen zuigen zich plots aan haar vast, vol op de mond. Instinctief trekt ze haar hoofd terug, maar de mond van Van Dal volgt zo ver als zijn kleine ronde lichaam het toestaat. Even glijdt zijn tong langs haar stijf op elkaar geklemde lippen. Ze ruikt Old Spice.

Haar hart bonkt van machteloze woede. De voorspelbaarheid van mannen, ze had het kunnen weten. Ze denkt aan het jaar dat voor haar ligt en kijkt weg. Enkele meters verder is Hans nog steeds driftig handen aan het schudden. Druk in de weer met zijn goede voornemens. Dat moest zij ook maar eens doen.

Voordat Van Dal de kans krijgt iets te zeggen, stampt ze met haar hak gruwelijk hard op zijn voet. Er kraakt iets. In ieder geval niet de hak van haar pump, want daar heeft ze gisteren nog ijzertjes onder laten zetten.

close

Af en toe een verse column én exclusieve schrijftips in je mailbox?