Motie van wantrouwen

Geachte Kamer, mevrouw de voorzitter. Ik ben niet de politiek in gegaan om vrienden te maken. U weet waarom ik hier sta. De Partij voor de Vrijheid (PVV) heeft afgelopen week de onwenselijkheid van de dubbele nationaliteit van de bewindslieden Aboutaleb en Albayrak aan de orde gesteld. Waar ligt hun loyaliteit, zo vraagt de PVV zich af. Gaat Ankara straks bepalen wat wij Nederlanders wel en niet mogen doen?

Dubbele nationaliteit betekent dubbele loyaliteit. Als het aan de PVV ligt, bezitten leden van het kabinet en leden van het parlement uitsluitend de Nederlandse nationaliteit. Men kan nu eenmaal geen twee landsbelangen dienen. Dat roept louter belangenverstrengeling op.

Echter, ik ben ook een realist. Geen enkele partij zal vóór mijn motie van wantrouwen stemmen. Ik kan de benoeming van de staatssecretarissen Aboutaleb en Albayrak dus niet tegenhouden. Maar ik laat mij de mond niet snoeren. Ik heb stevige standpunten. Onverminderd blijf ik elke loyaliteitskwestie op het Binnenhof voor het voetlicht brengen.

Neem nu de toiletten der Tweede Kamer. Nog geen half uur geleden bevond ik mij op het herentoilet, teneinde als voorbereiding op dit debat even sanitair te relaxen. Aan een tafeltje vóór de toiletruimtes ontwaarde ik de toiletjuffrouw, die mij al langer een doorn in het oog is. Mevrouw heeft namelijk overduidelijk een dubbele loyaliteit. Zij heeft namelijk de taak zowel de heren- als damestoiletten zo proper mogelijk te houden. Maar wat nu, als mevrouw slechts vijf minuten de tijd heeft om alle toiletten te reinigen? Waar ligt dan haar loyaliteit? Bij het dames- of het herentoilet? Dat roept belangenverstrengeling op.

Sterker nog: Aboutaleb en Albayrak hebben als bewindspersonen in ieder geval de eed op de Nederlandse Grondwet afgelegd. Burgers mogen er zodoende van uitgaan dat zij het Nederlandse belang zullen verdedigen. Maar welke eed heeft de toiletdame afgelegd? Heeft zij ooit plechtig beloofd de hygiëne op het herentoilet net zo goed in acht te nemen als die op het damestoilet? Neen. Ik zeg niet dat zij haar macht zal misbruiken, maar zij heeft wel de schijn van belangenverstrengeling tegen. Temeer omdat ik naast haar schoteltje met kleingeld een exemplaar van het maandblad Opzij zag liggen. Een manonvriendelijk, ja, ronduit feministisch blaadje dat er middels opruiende artikelen en commentaren alles aan doet de Nederlandse man in een kwaad daglicht te stellen.

Daarom mijn volstrekt legitieme vraag: is deze toiletdame wel betrouwbaar als eerste verantwoordelijke wanneer het gaat om hygiëne op het herentoilet? Of hebben wij hier van doen met een militante feministe die liever een opruiende column in de Opzij leest, dan dat zij de remsporen verwijdert van mijn fractiegenoot en dierenvriend Dion Graus, die om hem moverende redenen louter hondenbrokken eet?

Ach, kijk toch eens, daar is mevrouw Halsema al bij de interruptiemicrofoon. Om uw vraag voor te zijn, mevrouw Halsema: ik heb niets tegen feminisme, maar wel tegen de uitwassen van het feminisme. Als deze toiletdame nog langer wil blijven, moet zij de helft uit de Opzij scheuren en weggooien. Er staan verschrikkelijke dingen in dat blad.

Wablief, mevrouw Halsema? Excuses? Mevrouw de voorzitter! Dit is een gotspe! Op deze manier gaat het volledig bergafwaarts in Nederland. Hier wordt zowaar geëist dat ik mijn opmerkingen over feminisme terugneem en mijn excuses aanbied. Geen haar op mijn hoofd die daaraan denkt! Dit is de wereld op zijn kop. Het geeft geen pas dat iemand als mevrouw Halsema, behorend tot een geslacht dat niet eens achteruit kan inparkeren, mij monddood probeert te maken. Dit is een schande voor de democratie. Ik ben een democratisch gekozen volksvertegenwoordiger. Door 800.000 personen! En ik zal blijven spreken!

close

Af en toe een verse column én exclusieve schrijftips in je mailbox?