Mijn prostaat en ik

“Nee, ik draag altijd al een snor,” antwoordt de man in de trein. Precies de reactie waarop ik hoopte. Ik leg hem uit dat deze maand duizenden Nederlanders hun snor laten staan, om zo aandacht te vragen voor prostaatkanker. Veel mannen durven namelijk niet naar de dokter. Ze schamen zich voor hun plasprobleem. Dat is nergens voor nodig. Zo onderging ik ooit een prostaatonderzoek omdat ik belachelijk vaak naar het toilet moest. Ja, dat mag meneer best weten. Ik steek van wal.

Via mijn huisarts, die zonder al te veel plichtplegingen een vinger in mijn anus stak, belandde ik bij de uroloog. Daar lag ik, met ontbloot onderlichaam, de benen gespreid in beensteunen. Klaar voor het inkijkje. Een assistente injecteerde verdovingsvloeistof in mijn urinebuis. Toen dook de uroloog op, een vrolijke zestiger. Hij vertelde me dat hij het camerabuisje met een grote hoeveelheid water mijn urinebuis in ging schuiven. Ik moest vooral niet proberen te plassen.

In de trein schudt de man tegenover me bleekjes het hoofd. “Nee, nee, gewoon een snor. Ik draag altijd een snor.”

Alsof mij dat iets kan schelen! Ik houd een verhandeling over het elastisch vermogen van de vagina. Vrouwen bij wie een eendenbek naar binnen wordt geschoven, weten niet hoe goed ze het hebben. Nee, dan zo’n teer urinebuisje waar ze een complete camera doorheen duwen! Enfin, na het nodige gefrunnik was het ding binnen. Alles in mij borrelde en stroomde. Of ik mee wilde kijken? Ja, dat wilde ik wel. De uroloog draaide de monitor. Het leek wel een aflevering van Star Trek! De waterbelletjes waren net planeten. Met duizelingwekkende vaart scheerden we door het heelal, de uroloog en ik, want hij ragde flink heen en weer. Alleen mijn blaas gaf niet mee. De sluitspier stond te strak.

Ik wil net uitleggen hoe de uroloog – met het camerabuisje als stormram – mijn blaas binnen beukt, als de trein stopt in Waddinxveen Noord. De meneer tegenover mij is de enige die uitstapt.

Dat was jammer, want het relaas van mijn eerste brandende plas, na afloop van de kijkoperatie, moest hij nu missen. Gelukkig zag ik hem een week later weer op het station. Ik herkende hem bijna niet, zo zonder snor, maar bedacht me geen moment. Snel naar hem toe!

close

Af en toe een verse column én exclusieve schrijftips in je mailbox?