Kikkerland

De kinderen van kinderdagverblijf De Blauwe Ooievaar in Den Haag joelen. De minister-president kijkt glimlachend rond, zodat zijn vaderlijke blik de aanwezige fotografen niet kan ontgaan. Het is de start van de Nationale Voorleesdagen. Jan Peter heeft plaats genomen op een klein krukje. De kleuterjuf maant tot stilte.

De premier schraapt zijn keel. “Kinderen, ik ga jullie een mooi verhaal vertellen uit een prentenboek van Max Velthuijs. En het verhaal gaat over Kikker.” Jan Peter wijst naar het meisje bij juf op schoot. Ze heeft twee lange vlechtjes. “Ken jij Kikker?”
Het meisje schudt slaperig haar hoofdje, maar Jan Peter laat zich niet uit het veld slaan. “Kikker heeft heel veel vriendjes. Alle dieren zijn dol op hem. Dat komt omdat Kikker zo gewoon is.” Jan Peter slaat het prentenboek open en wijst Kikker aan. “Ziet hij er niet lief uit? Ja, hè kinderen.” Hij wenkt een blond jongetje dat op de derde rij zit. “En uit welk land denk jij dat Kikker komt?” Het kereltje kijkt nietszeggend terug.
Jan Peter fluistert. “Uit een land met allemaal kikkertjes. Dus…” Hij kijkt zo guitig mogelijk in de rondte. “Uit een kikkerlandje!” Hij knikt dat het een aard is. “Jahaaa… Kikker is heel erg blij dat hij een Kikker is en uit Kikkerland komt. Wisten jullie dat, kinderen?”

Het klasje staart hem aan. Snel slaat Jan Peter nog een pagina om. “En weet jullie wat nu het mooie is? De Adelaar heeft Kikker gevraagd om hem te helpen!” Jan Peter kijkt het groepje doordringend aan. “Kennen jullie de Adelaar? Hij is de baas van alle vrije dieren en wil graag overal vrede brengen.” Zijn stem slaat plots bijna over van opwinding. “En wat doe je dan, als de grote, machtige Adelaar je vraagt om te helpen? Nou…?”
“Helpe…!” roept een jongetje op de achterste rij.
“Ja, helpen. Want de Adelaar heeft dan misschien wel heel veel spierballen, maar hij kan alles niet in zijn eentje. Nee…”
Jan Peter laat een goed getimede stilte vallen. “Zal ik jullie eens wat vertellen? De Adelaar wil graag vrede brengen in het land van de Kameel. Maar niet alle Kamelen vinden dat even leuk want sommige Kamelen zijn heel erg gemeen tegen de Adelaar. Foei!”
Jan Peter kijkt boos. Dan trekt hij een pruillip. “En daar maken alle dieren zich best wel een beetje zorgen over. Daarom vragen ze aan Kikker of hij Adelaar alsjeblieft wil helpen.”

Tevreden blikt Jan Peter rond. De kinderen hangen aan zijn lippen. Hij wenkt een kleine jongetje op de eerste rij. Een mooi donker oosters kereltje. “Stel, dat jij een Kameeltje was. Zou jij dan blij zijn als Kikker bij jou langs kwam?”
Het mannetje knikt enthousiast.
“Zo is het maar net,” zegt Jan Peter. “Want als Kikker er is, dan kunnen de Kamelen weer leuke dingen doen en hoeven ze niet meer bang te zijn voor de gemene Kamelen.” Hij kijkt het donkere jongetje aan. “Wat voor leuke dingen zou jij dan doen?”
“Met Kikker?” vraagt het jongetje.
Jan Peter knikt. “Ja, want Kikker is daar voor jou. Wat vind jij leuk om met Kikker te doen?”
Het manneke denkt even na. Dan begint hij opgetogen te gebaren. “Een rietje in die Kikker zijn poepgat steken en dan heel hard blazen.” Hij spreidt zijn armpjes en kijkt wreed om zich heen. “BOEM!!!”

close

Genoten van dit artikel? Ontvang mijn schrijfsels dan gratis in je mailbox.