Jan Peter Balkenende op zomerreces

Jan Peter Balkenende kijkt op zijn horloge. Half zeven. De ochtend is stil. Het is schemerig tussen de caravans op de camping. Bianca en Amelie slapen nog, maar Jan Peter is opgestaan omdat hij de slaap niet kan vatten. Hij zit in een klein vouwstoeltje voor zijn Kip-caravan. Zijn blote, witte knieën met daaronder de badslippers staan wijd uiteen.

De premier drinkt oploskoffie. 25 jaar CDA staat er in groene letters op de mok. In oktober is het zover. Jan Peter lacht schamper. Benieuwd of hij dat nog mag meemaken als leider van het CDA. Hij denkt aan burgemeester Leers van Maastricht die hem in alle kranten een technocraat noemt. En of Jan Peter maar even wilt opdonderen als zijn performance niet verbetert. Fijne partijgenoot, die Leers.

Performance! Alleen het woord al. Doe je je uiterste best de puinhopen die Kok achterliet op te ruimen, komen ze aan je hoofd zeuren over performance. Heeft iemand het ooit gehad over de performance van Wim Kok? Die salonsocialist kan het lachen niet laten, met zijn collectie commissariaten die per stuk zo’n beetje evenveel opbrengen als het complete jaarsalaris van een premier.
Jan Peter komt moeizaam overeind. Hij ijsbeert wat, krabt eens aan zijn linkerknie, haalt diep adem en gaat weer zitten. Hij heeft honger, maar de campingwinkel opent pas om acht uur. Gelukkig is daar altijd nog de koelbox, want wie iets bewaart, die heeft wat. Dat heeft Gerrit hem geleerd. Jan Peter diept een Bifi-worstje op uit de koelbox.
Al kauwende kijkt hij naar zijn melkwitte knieí‹n. Vreemd is dat eigenlijk, vakantie. Aan niets is te zien dat hij een hoog ambt bekleedt. En zo heeft zijn moeder hem dat indertijd ook geleerd. Ze zei: “Jan Peter, doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.”
Zoiets moet de mensen in het land toch aanspreken? Maar nee, blijkbaar niet. Jan Peter schudt het hoofd. Hij neemt nog maar eens een slok van zijn koffie en staart al kauwend voor zich uit. Moderne politiek is soms moeilijk te bevatten.

Regen. Wat de hele vorige dag in de lucht hing, komt nu plots met bakken tegelijk naar beneden. Dikke druppen die venijnig uiteenspatten op de voeten van Jan Peter. Maar hij voelt het nauwelijks. “Performance,” mompelt hij in gedachten. Dat betekent meer contact met de kiezer en duidelijke taal spreken waar de mensen iets aan hebben.
Jan Peter wordt al moe als hij er aan denkt. Onbegonnen werk. Maar gelukkig heeft hij andere capaciteiten. Want hij mag dan geen kei in performance zijn, een rit van vier jaar uitzitten kan hij als geen ander. En zo is het maar net. Nu snel naar binnen.

Terwijl onze premier de deur van de Kipcaravan achter zich sluit, zet de regen nog eens flink aan. Binnen vist Jan Peter een keurig gevouwen zakdoek uit zijn broekzak. Hij dept zijn voorhoofd. Helemaal nat is hij, maar dat deert hem niet. De hele rit uitzitten, daar draait het om. Eerst het zuur en dan het zoet. Nog twee jaar te gaan. In gedachten is hij al bij een mooi commissariaat.

Scroll naar top