Ik had geen weet van de dood

Er wordt wat afgezoend dezer dagen. Vooral tijdens de jaarwisseling. Ik kijk er met verwondering naar, want steeds vaker zie ik de welbekende drieklapper. Een fopzoen, voornamelijk door dames gepraktiseerd: stijfjes scharnierend vanuit de heupen, buigen zij met getuite lippen voorover om – de wangen tegen elkaar gedrukt – drie gemakzuchtige zoenen in de lucht te drukken.

Ik word daar altijd een beetje droevig van. Zoenen is een gebaar van niets geworden, een plichtpleging. Dat zette me aan het denken, deze jaarwisseling. Terwijl om middernacht op de televisie iedereen lucht zoende, dacht ik aan wijlen mijn moeder. Dit was de eerste jaarwisseling zonder haar. Bij mama gingen de zoenen ook via de lucht, maar zo’n fopzoen was juist niets voor haar. Mama praktiseerde de kushand. Wanneer ik bij haar op bezoek was geweest, liep ze altijd met me mee naar de auto. Zat ik eenmaal achter het stuur, bukte ze naast het portierraam, drukte een zoen op haar vingertoppen en blies me die toe. De laatste keer was op eerste kerstdag, iets meer dan een jaar geleden. Maar nu was het afscheid anders. Net voordat ik wilde instappen, pakte ze mijn beide handen vast en drukte er hard en intens in. Dat voelde warm en geborgen, ook al was het buiten koud en donker.

Even later reed ik de ventweg langs haar seniorenflat af, keerde en passeerde via de doorgaande weg wederom haar flat. Ik toeterde terwijl mama me met kushandjes uitzwaaide. In de achteruitkijkspiegel zag ik haar zwaaien en zwaaien. Tot ik rechtsaf sloeg en zij uit mijn blikveld verdween. Het voelde zo raar, alsof een geweldig verdriet met me mee reed – maar begrijpen deed ik het niet. Ik had toen nog geen weet van de dood. Nu wel.

Als ik mama’s graf bezoek, kom ik altijd langs haar seniorenflat gereden. Soms in het schemerduister. Dan is het net alsof ik haar daar zie staan, op de ventweg. Kushandjes gevend, zwaaiend. “Dag lieve Luuk, hoe is het met jou? Met mij gaat alles goed!” De eerste keer dat ik haar dacht te zien, overspoelde het me. Ik moest een klein beetje huilen. Niets was meer als vanouds. Oh, wat miste ik haar. Meer dan ooit.

Maar nu, terwijl ik buiten naar het vuurwerk kijk, besef ik plots: haar níét missen zou zoveel erger zijn. Met die troostrijke gedachte hobbel ik het nieuwe jaar in. Dag mama, dag lieve lieve mama. Je bent nog steeds heel nabij, en dat voelt goed.

close

Af en toe een verse column én exclusieve schrijftips in je mailbox?