Hulpverlening voor voetbalvandalen

Als het aan staatssecretaris Ross (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) ligt, moeten supporters die rotzooi trappen rond voetbalwedstrijden, naar hulpverleners worden gestuurd. De staatssecretaris schreef dit in een brief aan clubs en gemeenten in het betaalde voetbal.

Ross haalt in haar brief een recent onderzoek aan over sociaal preventief supportersbeleid. Daaruit blijkt dat vandalen die hulp krijgen bij het zoeken van werk, het volgen van een studie of het oplossen van persoonlijke problemen, vaak tot inkeer komen en hun leven beteren.

Een bericht dat ik eerst nauwelijks kon geloven, maar een telefoontje naar het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bracht me in contact met Frank, een preventief hulpverlener die het volgens kenners voor elkaar krijgt zelfs de zwaarste hooligan zijn leven te laten beteren. Ik spreek Frank bij hem thuis. Hij praat door omstandigheden wat moeizaam, maar daarom niet minder gepassioneerd over zijn relatie met Pierre.

Pierre is uitbener in een slachterij. Hij kreeg een stadionverbod nadat hij tijdens een vriendschappelijke wedstrijd drie ME’ers van hun paard had getrokken en met een klauwhamer had bewerkt. Sindsdien is Frank als preventief hulpverlener bij elke thuiswedstrijd van de partij om Pierre op te vangen. “Hij mag het stadion niet in,” vertelt Frank. “Dat maakt hem erg onzeker waardoor hij agressieve taal uitslaat tegen suppoosten. Om een handgemeen te voorkomen, mag hij niet verder dan de vandalismebus die voor het stadion staat.”

Pierre heeft het tijdens de wedstrijd niet gemakkelijk in de vandalismebus. Hij hoort het gejuich op de tribunes, maar kan zijn club niet aanmoedigen en ook het volgen van de wedstrijd via radio of tv is voor hem emotioneel te belastend.
Frank legt uit dat Pierre het meest gebaat is bij een neutrale, maar meelevende mentor die hem op moeilijke momenten helpt weer tot zichzelf te komen. Hij vertelt vol overgave hoe afgelopen zaterdag zijn relatie met Pierre zich verdiepte. “Ik kreeg via mijn oortje door dat zijn club met 0-1 achter stond.” Aan Frank de taak dit slechte nieuws aan Pierre te melden. Maar hoe doe je zoiets? “In klare taal,” aldus Frank. “Ik legde eerst non-verbaal contact met Pierre. Ik zorgde voor oogcontact en pakte zijn hand vast. Toen vertelde ik in langzame, duidelijke bewoordingen dat ik slecht nieuws voor hem had. Maar ik benadrukte ook dat zijn club nog geluk had gehad, dat het voor hetzelfde geld al 0-4 had kunnen staan.”

Terwijl Frank sprak, observeerde hij nauwkeurig welke emoties bij Pierre naar boven kwamen. Die kunnen divers zijn. “Afgelopen zaterdag sloeg hij me tegen de grond en begon uit alle macht op mijn gezicht in te beuken.”
Traumatiserend? Niet voor Frank. “Ik bleef kalm en probeerde de reden van zijn agressie te achterhalen. Woede kan zich immers in allerlei vormen uiten. Het is het afweermechanisme tegen verdriet.”

En dat bleek, want toen Pierre na vier minuten hard rossen een adempauze inlaste en hijgend op Frank neerkeek, greep deze zijn kans. “Ik vertelde Pierre dat ik zijn reactie begreep. Zo erkende ik zijn emotie en bracht ik zijn gevoelens in verband met hetgeen net gebeurd was. Maar ik stelde hem ook een fundamentele vraag. Ik vroeg: vind jij ook niet dat voetbal een feest moet zijn?”

Daarop ging Pierre, terwijl hij luidkeels clubliederen scandeerde, verder met rossen. Frank snapt dat wel. “Het lag aan mij. Door al dat bloed in mijn mond was ik niet in staat duidelijk te articuleren.”

Het is de echtgenote van Frank die een eind maakt aan ons gesprek. Frank moet rusten en over een uurtje komt de wijkverpleegster langs om zijn verband te verschonen.

close

Af en toe een verse column én exclusieve schrijftips in je mailbox?