Hier is ook armoede (2)

Dat het droevig is gesteld met de gemiddelde Nederlander, wanneer het gaat om begrijpend lezen, wist ik al. Maar nu zijn we al zover dat zelfs het Meldpunt Discriminatie niet in staat blijkt een eenvoudige tekst tot zich te nemen.

Enfin, ook een manier om je eigen gesubsidieerde bestaansrecht te rechtvaardigen. Onderstaand schrijven is van de directrice, die verder blijkbaar niets zinnigs te doen had:



METRO Holland BV
t.a.v. de hoofdredacteur
nieuwsredactie@metronieuws.nl

21 juli 2011
UP 0865/11 – 11.07.069
Betreft: klacht
column Luuk Koelman

Geachte hoofdredacteur,

Het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam (MDRA) vraagt uw aandacht voor de column ‘Hier is ook armoede‘ van columnist Luuk Koelman die op 21 juli in de METRO stond.

Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam
Het MDRA bestrijdt vooroordelen en ongelijke behandeling in Amsterdam en de directe omgeving. Het MDRA geeft invulling aan haar doelstelling door middel van klachtbehandeling, advies en voorlichting. Klachtbehandeling vindt plaats op de gronden van de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB) en
aanverwante wetten zoals de leeftijdswet (WGBL) en de handicapwetgeving (WGBH/CZ).

Column
Het betreft in dit geval de woordkeuze in de column ‘Hier is ook armoede’:
– Die zwarten gaan me aan het hart hoor;
– En wat hebben zij al die jaren met onze centen gedaan? Nou? Hoe
meer zon, des te luier ze zijn;
– Alsof zo’n neger weet wat een kaartje voor de Efteling kost;
– Hongernegers;
– Daar zouden die zwarten nog wat van kunnen leren;
– Daarom maken ze zoveel kindjes.

In het stuk uit de columnist kritiek op de inzamelingsactie (Giro 555) Honger in de Hoorn van Afrika. De strekking van het artikel is dat de columnist niet wil doneren omdat hij via belastingen al genoeg betaald. De hongersnood dient als metafoor om aandacht te vragen voor de Eurocrisis, waarbij de Noord Europese landen de Zuid Europese landen financieel moeten steunen. Daarover is vandaag een conferentie in Brussel. In zoverre sluit het artikel aan op het gebruikelijke werk van een columnist: het becommentariëren van actuele maatschappelijke gebeurtenissen.

Wat echter niet gebruikelijk is, en beledigend op grond van afkomst, is het refereren aan ras en huidskleur wanneer een actualiteit wordt becommentarieerd waarbij ras en huiskleur er volstrekt niet toe doen. Het benoemen van een ras of huidskleur kan relevant zijn wanneer dat tot een beter begrip van het artikel leidt. Zo kan het benoemen van Turkse afkomst relevant zijn wanneer een delict is gepleegd waarbij eerwraak het mogelijke motief van de verdachte is.

Bij het benoemen van de hongersnood in de Hoorn van Afrika leidt het benoemen dat het om ‘zwarten’, ‘negers’ en ‘hongernegers’ gaat niet tot een beter begrip van de gebeurtenissen, namelijk het feit dat de inwoners van deze landen door aanhoudende droogte en misoogsten honger hebben en bij het uitblijven van internationale hulp sterven. De huidskleur en de verwijzing naar ras is daarbij volstrekt irrelevant.

Dagelijks gebeuren rampen in de wereld die door journalisten worden becommentarieerd. De hongersnood in de Hoorn van Afrika is een ramp, evenals de aanslagen van Al Qaida op de Twin Towers in New York en elders in de wereld, de aardbeving in China en de tsunami in Japan. De rampzalige economische situatie in Griekenland zal door vele inwoners van dit land als een ramp worden ervaren.
In berichtgeving over deze rampen werd en wordt nergens gerefereerd aan het Kaukasische ras waar de meeste slachtoffers van de aanslagen in New York toe behoorden. In de berichtgeving over de aardbeving in China en de tsunami in Japan werd niet gerefereerd aan het Aziatische of ‘gele’ ras. In berichtgeving over de schuldencrisis van Griekenland ontbreekt elke verwijzing naar het ras waartoe de Grieken behoren. De reden daarvan is dat de afkomst er niet toe doet en ook niet bijdraagt aan een beter begrip van wat een aanslag, een aardbeving, een tsunami of een financiële malaise voor consequenties voor de inwoners heeft.

Het voorgaande werpt de vraag op waarom de columnist ras en huidskleur wel benoemd in relatie tot de hongersnood in Afrika. Nog afgezien van het feit dat dit benoemen geen enkel doel dient, wordt deze woordkeuze beledigend wanneer ras en huidskleur benoemd worden in combinatie met negatieve stereotype denkbeelden en vooroordelen over een bevolkingsgroep.
In aansluiting op het benoemen van ras en afkomst krijgt de zin: ‘En wat hebben zij al die jaren met onze centen gedaan? Nou? Hoe meer zon, des te luier ze zijn’, de strekking dat mensen met een zwarte huidskleur lui zijn.
De zin ‘Trouwens, het is daar toch al eeuwenlang een zooitje’, bevat het verwijt dat de bevolking haar verantwoordelijkheid niet neemt terwijl aan een hongersnood klimatologische factoren ten grondslag liggen waarvoor de inwoners niet verantwoordelijk zijn.

De term ‘neger’ is een beladen term omdat hij onlosmakelijk is verbonden met rassentheorieën die uitgaan van de superioriteit van het witte (blanke) ras ten opzichte van het zwarte ras. Deze beladen term wordt steeds vaker als scheldwoord ervaren. Het woordenboek Van Dale heeft het woord neger niet geschrapt, maar heeft geregistreerd dat een groeiende groep zwarte Nederlanders neger als beledigend ervaart. Er is bij neger een betekenis toegevoegd, die luidt ‘afstammeling van de in vroeger tijd in Amerika ingevoerde negerslaven (door sommigen als scheldwoord ervaren)’.

Hoewel Luuk Koelman Ingrid en Henk als zijnde de personen die deze opvattingen naar voren brengen, is het MDRA van mening dat de schrijver zelf verantwoordelijkheid draagt en hierbij te ver gaat.

Het MDRA verzoekt u om op bovenstaande te reageren.

Hoogachtend,

Mw. J. Silversmith
klachtbehandelaar