Het zwarte goud

Ja hoor, het is gebeurd. Het vat ruwe olie is over de 100 dollargrens. ‘So what?’ hoor ik u denken. Nou, wacht maar tot u weer aan de pomp staat, want een hogere olieprijs betekent automatisch een hogere benzineprijs. Het kan niet uitblijven. Om u een indruk te geven: een jaar geleden kostte een vat ruwe olie ‘maar’ 50 dollar.

Erg voor de portemonnee? Welnee! De Nederlandse schatkist vaart er wel bij. Onze gasprijs is namelijk gekoppeld aan de olieprijs. En wie opgelet heeft op school, roept nu ‘Slochteren!’ want Nederland bezit enorme gasvoorraden. Volgens deskundigen levert elke dollar die meer wordt betaald voor een vat olie de Nederlandse schatkist honderd miljoen euro op aan extra gasinkomsten. Dat is over het afgelopen jaar dus vijftig maal honderd miljoen. We worden slapend rijk. Nou ja, ‘we’. In ieder geval Wouter Bos, onze minister van Financiën.

Dus wie weet gaat Bos die accijns van 66 procent op benzine wel verlagen? Reken er maar niet op. Volgens economen is de afgelopen twintig jaar onze koopkracht sneller gestegen dan de benzineprijs. Dus eigenlijk – ik hoor het Bos al zeggen – is de benzine alleen maar goedkoper geworden. Daar kan dus best wel een tweede kwartje van Kok bij. U kunt het makkelijk betalen.
Misschien klopt dat ook wel. Automobilisten zijn net lemmingen. Ze wí­llen rijden. Zelfs een zegsman van het consumentenplatform United Consumers erkent dat: “Ook bij een literprijs van twee euro gaan mensen echt niet minder rijden.”

Dus reken maar dat de benzineprijs nóg verder gaat stijgen. Het is uw eigen schuld. Ik heb mijn Renault 5 inmiddels verkocht. Tegenwoordig fiets ik weer. Terwijl ik over vaderlandse dijken tegen wind en slagregens in trap, pieker ik me suf over alweer een nieuw probleem: Wat kost straks een vat bier?
Ik houd mijn hart nu al vast.

close

Genoten van deze tekst? Ontvang mijn schrijfsels dan gratis in je mailbox!