Hangouderen

Het leven is wreed voor franchisenemer Panky Nefkens. Sinds jaar en dag zorgen bejaarden voor overlast in zijn McDonald’s op het Stadhuisplein in Almere. Zeven dagen per week hangen daar dertig ouderen rond, elk op een rantsoen van drie kopjes koffie – 65 cent per dag. Met hun rollators en scootmobiels blokkeren ze het looppad naar de counter, bemoeien zich met andere klanten en maken onophoudelijk herrie.

Afgelopen zondag was voor Panky de maat vol. Hij verzocht de oudjes aan de andere kant van zijn restaurant plaats te nemen, maar ze weigerden: “dan kunnen we de bruidjes niet meer zien die uit het stadhuis komen.” Daarop zette Panky alle 65-plussers zijn McDonald’s uit.

Een dag later kwamen ze verhaal halen en werd er dreigend met een enkele wandelstok naar hem gezwaaid. Daarna ging het allemaal heel snel. Burgemeester Annemarie Jorritsma werd door de oudjes ingeschakeld en het Nationaal Fonds Ouderenhulp belde. Via hun meldpunt ‘Hang-oud’ (0900 – 60 80 100) hadden senioren over zijn McDonald’s geklaagd. Ze waren niet tevreden over de eigenaar. Toen kwam de pers. De Telegraaf meldde zich en boze oudjes verschenen bij Omroep Flevoland op televisie. Eén van hen riep met overslaande stem dat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog in een kamp had gezeten. “En nu dit!”

Dat was voor Panky de druppel. Hij besloot de oudjes zijn excuses aan te bieden. Waarom? Ach, hij hield het er maar op dat je net als riet maar het beste kon meebuigen met de wind.

En nu is het donderdagochtend, en daar zitten ze weer, de oudjes. Midden in zijn zaak en triomfantelijker dan ooit tevoren. Het zijn er inmiddels meer dan vijftig. Panky is nerveus. Hij ruikt de Old Spice en de Vanderbilt. Zeven rollators blokkeren het gangpad.

En daar zit mevrouw De Vries, terug op haar oude stekkie. Ze heeft een paars permanentje en vertelt met schelle stem over de borstkanker die ze ooit heeft gehad. Toen een beroerte, daarna die lekkende hartklep en in het voorjaar de kunstheup. En nu heeft ze zo’n last van haar spataders. Kijk maar. Een melkwit spillebeen wordt op tafel gelegd. Daar gaat een steunkous omlaag. Panky haalt diep adem. Bejaarden zijn net kinderen, denkt hij. Geef ze een vinger en ze nemen de hele hand.

Mevrouw De Vries is gestopt met praten. Ze kijkt hem wreed aan. Panky wil iets zeggen, maar weet niet wat. Hij probeert zijn gebruikelijke glimlach op te zetten, trekt uit alle macht beide mondhoeken omhoog, maar het lukt niet erg. Hij ziet de minachting in haar ogen. De mond van mevrouw De Vries is gesloten, maar haar kaak en lippen maken een bijna onnavolgbare, malende grimas. Dan krult haar bovenlip omhoog. Een rij hagelwitte tanden verschijnt, groot en strak in het gelid. Panky kan zijn ogen nauwelijks geloven. Terwijl mevrouw De Vries hem strak aankijkt, gaat haar mond nog verder open. Een enorm bovengebit glijdt bijna geruisloos naar voren, als de lade van een dossierkast. De lippen van mevrouw De Vries lijken wel van elastiek. Panky denkt aan een flemend paard. Dan krult haar tong onder het gebit door, bedekt de voortanden en duwt het vochtige, witroze plastic met kracht terug de mond in. Een hol geklak, lippen sluiten zich smakkend.

Bejaarden, denkt Panky terwijl hij zijn hoofd afwendt en langzaam misselijk wordt. Altijd maar klagen over stramme ledenmaten, broze botten en de ziekte van Parkinson – maar hun tong, daar is nooit iets mis mee.
Achter hem nemen drie bejaarden bezit van de ballenbak.

close

Genoten van deze tekst? Ontvang mijn schrijfsels dan gratis in je mailbox!