Gurkha’s hossen niet

Bikkelhard zijn ze en hun lijfspreuk luidt: ‘liever dood dan leven als een lafaard’. Een eenheid Gurkha’s uit het Britse leger gaat onze jongens in Uruzgan helpen in de strijd tegen de Taliban. De oorspronkelijk uit Nepal afkomstige strijders zijn berucht om hun hardheid en opofferingsgezindheid. Sinds het begin van de negentiende eeuw vechten ze mee in het Britse leger. Sindsdien worden deze ijzervreters omgeven door een bijna mythische waas van geheimzinnigheid. Vooral hun gekromde kapmessen, de zogenaamde kukri’s, zijn berucht. Daarmee sneden de Gurkha’s tijdens de Falkland-oorlog de oren van gedode Argentijnen af, om ze vervolgens als trofee om hun nek te hangen. Geen wonder dat een bataljon Argentijnse soldaten spontaan op de vlucht sloeg toen ze een loopgraaf verderop Gurkha’s hun kapmessen hoorden slijpen.

Inmiddels zijn de eerste Gurkha’s gearriveerd in Kamp Holland. Tegenover een journalist van het NRC bevestigen ze graag hun faam. “We vechten altijd in de frontlinies, doen ons werk goed en willen onze reputatie hooghouden.”

Dat belooft wat, moet generaal Berlijn gedacht hebben. Daarom mogen de Gurkha’s te voet voorop bij de herovering van de Baluchi-vallei op de Taliban, gevolgd door een horde Afghaanse militairen en daarna een paar Nederlanders – druppelsgewijs en low profile. Dat heet de Dutch Approach, want zeg nu zelf, vechten tijdens een missie is altijd zo’n gedoe.

Daarom kun je de taken maar beter verdelen en gewoon doen waar je goed in bent: de Gurkha’s slachten af en wij bouwen op. Terwijl die gekke Nepalezen met getrokken kapmessen de Baluchi-vallei in sprinten, drinken wij ontspannen thee met wat Afghanen (koekje erbij) en metselen eens een muurtje.
Nederlanders hebben nu eenmaal niet die doodsverachting van de Gurkha’s. Onze militaire patatgeneratie zit liever voor de laptop dan achter de mitrailleur. Vijf gewonden op patrouille (1x botbreuk en 4x rugklachten) is al schrikken. Daarom sturen we Brits koloniaal kanonnenvoer op de Taliban af. Gurkha’s die bereid zijn voor westerse belangen te sneuvelen, in ruil voor een Brits paspoort na vijftien jaar trouwe dienst.

Het zal wennen zijn voor onze jongens. Gurkha’s zijn namelijk échte militairen. Ze hossen niet en van chatten met het thuisfront hebben ze nog nooit gehoord. Evenmin kennen ze de flipperkast, de pingpongtafel, het poolbiljart, frikadellen, de militaire vakbond en alle hits van Gerard Joling.
Het zal de Nepalese vechtersbazen kortom duizelen in Kamp Holland. Gelukkig kennen ze als kolonialen hun plaats. Na een dag van harde man-tegen-man gevechten in de Baluchi-vallei laten ze zich bereidwillig fotograferen door onze jongens. Leuk voor het thuisfront: “Lieve Anita, als bijlage bij deze e-mail een foto van een Gurkha. Zie je dat met bloed besmeurde kapmes en die halsketting? Gurkha’s rijgen de teelballen van gedode Talibanstrijders aan een koord. Dat dragen ze dan als een soort van snoepketting om hun hals. Brrrr!”

Dat is het hele eieren eten in Uruzgan. Nederlanders hebben gebrek aan ballen. Gurkha’s niet.

close

Af en toe een verse column én exclusieve schrijftips in je mailbox?