Extra vrij voor Amélie

“Kijk papa, alles is heel klein!” Amélie joelt van opwinding. Ze drukt haar Winnie de Poeh knuffelbeer tegen het raampje van het regeringsvliegtuig. Naast haar zit de meneer van de Rijksvoorlichtingsdienst. Hij draagt haar tasje met de badslippers.
“Zijn die eilandjes de Antillen, papa?”
“Ik denk het wel, lieverd.” Jan Peter probeert te glimlachen, maar het lukt niet erg. Hij is net wakker na even ingedommeld te zijn. Jan Peter had een enge droom. Hij zag zichzelf in de cockpit, bij de gezagvoerder. Het toestel was onbestuurbaar. Ze doken in duikvlucht richting wateroppervlak. “Doe iets!” gilde Jan Peter in paniek.
“Onmogelijk,” antwoordde de gezagvoerder ijzig kalm. “De vlieghoogte van een regeringsvliegtuig is nu eenmaal gelijk aan de hoogte van uw populariteit.” Daarna was het wateroppervlak opeens heel dichtbij.

Jan Peter probeert zijn gedachten te ordenen. Met vrouwlief Bianca en dochtertje Amélie op werkbezoek naar de Nederlandse Antillen. Een klein charme-offensief om de populariteit wat op te krikken. De voorbereidingen hadden nogal voeten in aarde, want Amélie is pas zes en moet eigenlijk gewoon naar school. Daarom had de RVD een indringend gesprek met de schoolleiding gevoerd. Maar goed ook, want voor je het weet krijg je Kamervragen en valt het kabinet over een 6-jarig meisje. Nu maar hopen dat de SP niet gaat zeuren dat een kind van zes op werkbezoek gelijk staat aan kinderarbeid.
Verder had Jan Peter zijn partijgenoot, wereldwijze vriend en vertrouweling minister Donner gevraagd of hij Amélie voorzichtig kon voorbereiden op haar eerste verre reis. Want in Capelle aan den IJssel, met haar aangename leefklimaat, zie je nooit donkere mensen. Behalve dan zwarte Piet natuurlijk.

Jan Peter voelt de hand van zijn vrouw Bianca op zijn knie. Ze glimlacht en knikt naar hun dochtertje. Amélie is met potlood en tekenblok in de weer. Jan Peter kijkt vertederd toe. Er verschijnt een zwart poppetje met harkhandjes op het papier. Het poppetje zit op iets ronds.
“Wat een mooie tekening van zwarte Piet boven op de zak van Sinterklaas,” zegt Jan Peter. “Ga je nu ook de stoomboot tekenen?”
Amélie kijkt hem verbaasd aan. Ze schudt haar hoofd. “Dat is zwarte Piet niet, gekkie.”
Jan Peter lacht met luide stem. “Nou, dan heeft papa baat bij enige helderheid. Wie is die donkere meneer dan?”
“Een bolletjes-poeperd.”
“Een bolletjes-poeperd?” herhaalt Jan Peter om tijd te winnen. Hij zoekt oogcontact met zijn vrouw, maar die trekt slechts een wenkbrauw op. Fraai is dat, mag hij het zelf weer oplossen. Vorige week die vraag waar kinderen vandaan komen en nu dit.
Amélie tekent geconcentreerd verder. Het puntje van haar tong steekt naar buiten. “Ja, witte mensen poepen poep en zwarte mensen poepen bolletjes. Ik weet ook niet waarom. Weet jij waarom, papa?”
“Eeeh… als het gaat om… dat weet ik ook niet, lieverd.”
Amélie stopt met tekenen. Ze kijkt ernstig voor zich uit. “Dan vraag ik dat straks voor jou aan de baas van dat eiland.”
Jan Peter schraapt zijn keel. “Amélie, ook ik ben voor helderheid, maar nochtans…”
Maar Amelie’s besluit staat vast. “Effe checke.”

close

Af en toe een verse column én exclusieve schrijftips in je mailbox?