Er is veel leed

Maandagochtend tien uur. De ambtenaar achter het loket Burgerzaken is een heerschap van onbestemde leeftijd. Hij draagt een wollen blazer en heeft een baard waarvan de uitlopers onder de ogen netjes zijn weggeschoren. Ik ben zijn eerste klant. Ik neem plaats en leg mijn bijna verlopen paspoort voor hem op de balie.
De man bladert er even in. “Meneer Koelman?”
“Ja, goedemorgen.” Ik glimlach, probeer oogcontact te maken, maar de man staart naar het computerscherm voor zich. “U wilt een nieuw paspoort?”
Ik knik. “Ja. Daar kom ik voor.”
Stilte.
De ambtenaar zet zijn toetsenbord recht, kucht en begint. Twee wijsvingers bewegen traag op en neer. Ik kan de aanslagen tellen.

Dan verstillen beide handen secondenlang. Een sur place van twee vingers in de lucht. De ambtenaar murmelt iets. Op zijn voorhoofd is een frons verschenen. Dan tilt hij het toetsenbord op en begint aan de onderzijde te frunniken.
Aha, de pootjes moeten uitgeklapt. Het heeft wat voeten in aarde, maar na enig gemorrel is het eindelijk zover. Vorsend bekijkt de man het resultaat van zijn gedane arbeid. Een toetsenbord dat plots in een iets andere hellingshoek voor je staat, dat is natuurlijk even wennen. De ambtenaar drukt eens op de spatiebalk. En de entertoets, doet die het nog wel? Ja, gelukkig. Nog maar eens drukken voor alle zekerheid.
De man doet van “mmmm…” en weer die frons. Maar dan is daar toch uiteindelijk het instemmende knikje.

Terug naar af. De ambtenaar staart weer naar het scherm. “Paspoort…” klinkt het monotoon. Ik knik de man bemoedigend toe. Dan tilt hij zijn hoofd op. Automatisch zoek ik zijn ogen. Tevergeefs. Hij kijkt net langs me af. Zijn fletse blik schampt mijn linkeroor. Dan beginnen zijn lippen vanuit het niets langzaam te bewegen. “Voor vernieuwing van uw reisdocument geldt standaard een levertijd van vijf dagen.”
Om de man toch aan te kunnen kijken, grijp ik met beide handen de zijkanten van mijn stoel en hop voorzichtig een decimeter naar links. De ambtenaar verlegt zijn blik een weinig omhoog. Nu bestudeert hij mijn voorhoofd. “Op feestdagen, zoals daar zijn Koninginnedag, Bevrijdingsdag, Hemelvaartdag, Pinksteren, Kerstmis en Pasen en tijdens de kermisweek op maandag en dinsdagochtend, alsmede op feestdagen abusievelijk niet door mij genoemd, is het gemeentehuis gesloten.”
Ik staar naar zijn ondergezicht. Het zijn niet zijn lippen die bewegen. Het is de kin die op en neer gaat, als van een buikspreekpop. “Een paspoort kost € 88,83, een zakenpaspoort € 93,41 en voor een identiteitskaart betaalt u € 81,26. Voor verdere informatie verwijs ik u graag naar de website van onze gemeente.”
Stilte. De monoloog is de ambtenaar niet in de koude kleren gaan zitten. Hij haalt diep adem, steekt beide wijsvingers plechtig voor zich uit laat zijn blik wederom over het toetsenbord dwalen.
Zoveel toetsen om uit te kiezen. Ik buig me voorover. “Zoekt u misschien een bepaalde letter?” vraag ik zo vriendelijk mogelijk. Voor het eerst hebben we oogcontact.

Wanneer ik vele minuten later met een Bewijs van Aanvraag richting uitgang loop, kijk ik nog één keer om. Terwijl een verse paspoortklant aanschuift, staart de man alweer naar zijn scherm. Loom, maar onverzettelijk het eigen kruis dragend, tot ooit het pensioen erop volgt.
Er is veel leed onder de mensen.

close

Af en toe een verse column én exclusieve schrijftips in je mailbox?