Polgar en zijn drie knappe koppen

Elk kind kan een wonderkind zijn. Dat is tenminste de stellige overtuiging van László Polgar. De pedagoog en psycholoog uit Boedapest gelooft niet in aangeboren genialiteit. En ook niet in scholen, want daar is alles afgestemd op de grauwe middelmaat en dat maakt kinderen eerder dommer dan slimmer. Eeuwig zonde, want volgens László sluimert in elk kind een wonderkind, op welk terrein dan ook. Gewoon een kwestie van hard werken onder gunstige sociale omstandigheden.

Hij besloot zijn theorie te bewijzen door zijn drie dochters Zsuzsa (1969), Zsofia (1974) en Judit (1976) ‘op te leiden’ tot topschaakster, want schaken is kunst, wetenschap en sport tegelijk. Of ze dan schaaktalent hadden? Dat was volgens Polgar een onzinnige vraag: “talent bestaat voor 99 procent uit hard en gericht werken.”

Dat betekende dus van jongs af aan een Spartaans regime: acht uur per dag schaken en dat kon niet als de zusjes Polgar ook naar school moesten. Daarom kregen ze thuis onderwijs. Vader gaf schaaktraining (later zouden grootmeesters dat doen) en moeder gaf taal en rekenen. Hongaarse leerplichtambtenaren protesteerden en ook de Hongaarse schaakbond keurde het experiment af, maar pa Polgar eiste ‘vrijheid van handelen’. Na jarenlang gesteggel werd voor de Polgars een uitzondering op de leerplicht gemaakt. Iets dat in Nederland ondenkbaar zou zijn geweest.

De zusjes hadden het niet gemakkelijk. Ze voelden zich anders dan hun leeftijdgenootjes met wie zij nauwelijks contact hadden. Volgens pa een prima ontwikkeling. Hij noemde in interviews schoolklassen een “toevallig samenraapsel van ongelijksoortigen” en meende dat zijn dochters meer hadden aan contact met mensen met dezelfde interesse en intelligentieniveau. Volwassenen dus. Media spraken van ‘kinderexploitatie’. Een journalist die Zsuzsa Polgar op haar zestiende vroeg of ze al een vriendje had, kreeg van pa te horen dat hij zich niet moest mengen in zijn experiment.

Inmiddels is het experiment ten einde. De drie Polgar-zusjes ontwikkelden zich inderdaad razendsnel tot zeer sterke schaaksters. Zo gaf Judit, de jongste, op haar negende al blindsimultaans. Wonderkinderen waren het zeker, al is Judit (inmiddels 32) de enige Polgar die zich kan meten met de absolute wereldtop. Susan (39) leeft in de Verenigde Staten. Zij is alleenstaande moeder en schaakt niet meer op topniveau. Sophia (34) is helemaal met schaken gestopt en woont tegenwoordig in Israël.

Wat heeft pa Polgar nu bewezen? Eigenlijk niets. Hij kan immers niet aantonen dat de schaakkracht van zijn dochters louter het resultaat is van hard werken en niet genetisch is bepaald. Dat maakt het experiment in wetenschappelijke zin waardeloos. Maar wat veel erger is: de zusjes Polgar hebben nooit zelf kunnen kiezen welke richting zij aan hun leven gaven. Dat bepaalde pa voor hen, nadat hij zag dat zijn oudste dochter op vierjarige leeftijd schaakstukken zo mooi vond. Een leven gewijd aan de 64 velden, alleen omdat pa het nodig vond met zijn eigen kinderen te experimenteren. Hij eiste ‘vrijheid van handelen’, maar gunde dat zijn dochters niet. Het is pas echt een wonder dat zij hem dat nooit in het openbaar kwalijk hebben genomen.