De hand van God

“Heer Balkenende. Goedemorgen, u spreekt met Van der Vlies, SGP. Ik bel u over het gesprek dat ik met de heer Dittrich heb gevoerd. Als christelijk politicus vroeg u mij of de SGP een kabinet met D66 wellicht gedoogsteun wil geven. Welnu, ik heb daartoe met de heer Dittrich gesproken. Gisteren ja, op Koninginnedag. Wat zegt u? Bij de Hofvijver. Het gehele Binnenhof was uitgestorven.

Een constructief gesprek? Meneer Balkenende, u weet welk een godvruchtig Christen ik ben. Het was voor mij niet eenvoudig om met zulk een mens als de heer Dittrich te spreken. Het is toch een… een… u begrijpt dat ik dat afschuwelijke woord niet in de mond wens te nemen. Laten we het er maar op houden dat de heer Dittrich een zondaar is die leeft in strijd met Gods Woord en kiest voor de lage lusten van Sodom en Gomorra.
Ik heb de heer Dittrich dan ook medegedeeld dat ik het ten zeerste betreur dat ik mijn louterende krachten niet zal kunnen verteren in uw nieuwe kabinet. Hij begreep mijn verlangen naar een godvruchtige, christelijke regering. Maar daar kon hij, naar eigen zeggen, zelf weinig aan veranderen.

Openbaring! Plots besefte ik wat mij te doen stond. Ik moest de verdere afbraak van Gods heilzame geboden tot staan brengen! Ik vertelde de heer Dittrich dat het mijn christenplicht was hem – desnoods buiten de kerk om – schoon te spoelen van al zijn zonden. Opdat hij, eenmaal tot God weergekeerd, in uw nieuwe kabinet het evangelie van Jezus Christus kon belijden.

Dat was voor de heer Dittrich moeilijk te begrijpen. Ik legde hem nogmaals uit dat hij een afvallige was van Gods Woord, wanneer hij zich niet afkeerde van zijn leven in zonde. Maar hij wilde niet luisteren, meneer Balkenende. Hij ontkende zodoende het enige ware geloof – en dat terwijl dit land toch geregeerd moet worden.

Voor mij zat er daarom niets anders op dan de heer Dittrich – met Gods welbevinden – de Hofvijver in te dirigeren, teneinde hem alsnog te dopen. Dat deed ik op de enige juiste wijze: door algehele onderdompeling. De heer Dittrich spartelde als de duivel in hoogst eigen persoon, maar ik hield stevig vast! Want ik wist: dit is de enige manier om hem schoon te spoelen voor het aangezicht Gods, de Vader als Schepper van het universum. Ik heb de heer Dittrich dan ook lange tijd ondergedompeld opdat ook hij, als onverbeterlijk dwalende, behouden zou blijven. Helaas was ik daarbij ietwat overijverig in mijn plichten.

Misschien wilt u even uit het raam van uw torentje kijken? Ik sta nog steeds in de Hofvijver. Ah, daar bent u. Ik zwaai nu. Ziet u mij? Mooi. Luister, mijn beltegoed is bijna op. Bij de fontein links naast mij drijft iets donkerblauws tussen de waterlelies. Dat is de schoongespoelde heer Dittrich. Wat zegt u? Of ik hem verdronken heb? Zo mag u niet praten, meneer Balkenende. Het was de hand van God. Hooguit heb ik hem onbedoeld ten hemel doen varen. Het was een smartelijk heengaan, maar vergeet u niet: God doet wat Hem behaagt.

De dag des oordeels is aangebroken, meneer Balkenende. Laat u niet afleiden door menselijk gekrakeel. Het Nederlandse volk is in zonde gevallen, maar dit dorre land, deze poel van ongerechtigheid zal toch geregeerd moeten worden. Stuur al uw fractiegenoten naar de Hofvijver. Maan hen tot inkeer. Ze moeten hun zonden belijden, D66 openlijk afzweren en zich door mij laten dopen. Wat zegt u, meneer Balkenende? U voelt chemie? O, Hemelse Vader, Uw Wegen zijn waarlijk ondoorgrondelijk!”

Scroll naar top