De grootste vervuiler

Alles en iedereen gaat maar groen. Het moet niet gekker worden. ‘Groen’ is het reclame-etiket dat overal op past. Neem nu groene stroom. Dat is elektriciteit, opgewekt met alternatieve energiebronnen. ‘Samen kunnen het doen, het hele land groen’ luidt de slogan. Hartstikke populair, want met groene energie is het opeens helemaal niet meer erg dat je drie tv’s, vier computers, een zonnebank en een whirlpool hebt.

Nog zoiets: is het geen schande dat China zo enorm vervuilend bezig is met haar industrie? Jazeker, zolang je vergeet dat het westen de grootste afnemer is van Chinese prullaria. Lekker goedkoop, want China heeft een broertje dood aan strenge sociale wetten en milieuregelgeving. Het is net zoiets als pleiten voor een boycot van de Olympische Spelen terwijl je spijkerbroek made in China is.

Hoe goedkoper de spullen, des te meer we kopen. En alles wat we kopen, leidt tot afval en dus vervuiling. We leven niet alleen in een consumptie-, maar ook in een weggooimaatschappij en daar doen we maar bitter weinig aan. Oké, we maken van een vuilstortplaats een mooie grasheuvel met een schommel en een wipkip erop, maar daarmee verdwijnt het afval niet. Uiteindelijk komt het toch in ons systeem terecht: via het grondwater, via grazende koeien, via de lucht – noem maar op. Waar moet dat heen?

Maar er is hoop. De ontwerper William McDonough en de chemicus Michael Braungart bedachten een even simpel als geniaal concept dat een eind aan alle afvalvervuiling maakt. Hoe? Door naar de natuur te kijken. De natuur is een gesloten circuit, een kringloop waar al het afval een nieuw leven krijgt. Of het nu gaat om kadavers, uitwerpselen of een omgewaaide boom: niets gaat verloren, want in de natuur staat afval gelijk aan voedsel.

‘Waarom kan de mens dat niet?’ redeneerden McDonough en Braungart. Wat als de mens nu eens uitsluitend producten ontwerpt, gemaakt van materialen die we steeds weer kunnen teruggeven aan de natuurlijke kringloop? Dan vormt ieder product de grondstof voor iets nieuws: afval als voedsel.

Een utopie? Het idee staat nog in de kinderschoenen, maar McDonough en Braungart hebben Unilever al warm gemaakt voor hun idee. Binnenkort komt de multinational met ijsverpakkingen die net als ijs kunnen smelten. De truc is dat de gesmolten verpakking als voedsel dient voor zaadjes van zeldzame planten die tijdens de fabricage in de verpakking zijn verwerkt. Zo creëert afval nieuw leven. Het is recyclen, maar dan oneindig veel keer beter, want niets gaat ooit verloren.

Klinkt allemaal prachtig. Maar nu de hamvraag: wat gaat zo’n high tech pak ijs de consument kosten? Voor een eerlijke spijkerbroek hebben u en ik geen dubbeltje extra over. Overal heerst de ijzeren wet van het kassabonnetje. Kijk naar vlees in de supermarkt. Iedereen vindt de bio-industrie verschrikkelijk. Maar een kilo ribkarbonade die duurder is dan vijf euro vinden we, als puntje bij paaltje komt, nog schandaliger. Uiteindelijk draait alles om geld. O, de ironie! Er is niemand die ooit geld weggooit, maar toch is dát uiteindelijk de grootste vervuiler.

close

Genoten van deze tekst? Ontvang mijn schrijfsels dan gratis in je mailbox!