De excuses van strijder Jan Pronk

Jan Pronk, voorzitter van Vluchtelingen-Organisaties Nederland, staat er deze dagen helemaal alleen voor. De reden waarom hij hier zo ontheemd in een kuipstoeltje zit, naast de deur van de werkkamer van minister Verdonk, is simpel. Jan komt zijn woorden terugnemen. Nou ja, woorden. Eén woord. Jan heeft het woord deportatie in de mond genomen.

Mooi woord, dacht Jan. Het bekt lekker en is ook wel illustratief voor de pünktlichkeit waarmee de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie te werk gaat met haar uitzettingsbeleid. Raus bitte!

Twee keer heeft Jan het D-woord gebruikt. Eerst in het tv-programma Nova en vervolgens nog een keer – hij kon het niet laten – tijdens een persoonlijk onderhoud met Verdonk op het ministerie. Daarmee was het gesprek meteen ten einde. Ze had hem boos de deur van haar werkkamer gewezen.
Verdonk zet Pronk uit.

Hij is er nog steeds beduusd van. Minister Verdonk acht het niet langer in het ‘algemeen belang’ dat zij met Pronk als voorzitter van Vluchtelingen-Organisaties Nederland spreekt. Niet in het algemeen belang? Jan Pronk maakt een wegwerpgebaar. Hij dient al dertig jaar lang het algemeen belang!

Maar minister Verdonk, dat barse mens, houdt haar poot stijf. “Mijn uitgestoken hand kan hij krijgen,” zei ze tegen de Kamer. “Maar niet voordat hij zijn woorden heeft teruggenomen.”
Typisch Duits, dat halsstarrige.

En nu zit Jan hier. Hij ziet er verfrommeld uit, met zijn slordig om de hals geknoopte stropdas. Onderuitgezakt, met de kin op de borst, staart hij gelaten voor zich uit, zoals het een man in een wachtkamer betaamt.

Kalm nu, rustig. Geen impulsieve dingen doen. Hij is hier slechts om, in het belang van de derde wereld, plichtmatig zijn excuses te maken. Want zonder excuses geen overleg, en zonder overleg geen subsidies. Dus als Verdonk zijn bloed wil, dan kan ze het krijgen.

Pronk zakt nog wat dieper weg in zijn kuipstoeltje. Eigenlijk past hem dat wel, opkomen voor de onderdrukten. Jan Pronk, het levende geweten van Nederland.
Jan denkt aan zijn gedrevenheid om de minder bedeelden in deze wereld daadwerkelijk te helpen. Strijdend op het wereldtoneel, daar hoort hij als politiek zwaargewicht thuis. Verenigde Naties! Unesco! Jan knikt instemmend.
Nederland, land zonder begeestering. In feite is hij te groot voor dit kikkerlandje.

Daar gaat de deur van de werkkamer open. De minister van Vreemdelingenzaken en Integratie verschijnt in de deuropening. “Meneer Pronk, daar bent u dan eindelijk. Komt u verder.”
Jan hoort iets spottends in haar stem. Hij ziet haar geringschattende blik.
Excuses maken. Na zeventien jaar ministerschap zo door het stof moeten gaan. Het is eigenlijk iets om woest van te worden.

Plots ziet Pronk de stuitende details voor zich. De ironische oogopslag van Verdonk wanneer hij zo dadelijk zijn woorden terugneemt. De ongemakkelijke stiltes en die dunne lippen, triomfantelijke nippend aan de lauwe koffie. Pronk voelt zijn bloeddruk stijgen. Hij balt zijn vuisten, de knokkels wit van woede. Een braadworst met een mantelpakje aan, dat is ze.

Met één ruk schiet Jan Pronk overeind. Adrenaline golft door zijn lichaam. Stampend, met de punten van zijn schoenen om beurten ter hoogte van zijn neus, de armen stram doorzwaaiend, marcheert hij de werkkamer binnen. Hakken klakken tegen elkaar. “ACH-TUNG!” Zijn grote, vormloze lippen spuwen de woorden uit. “ENT-SCHUL-DI-GUNG, MEIN MI-NIS-TER!” Pronk draait zich om en marcheert driftig de kamer uit. Excuses aangeboden. Mission accomplished. O, heerlijk uur, mocht hij nu sterven, alles zou perfect zijn.

close

Genoten van deze tekst? Ontvang mijn schrijfsels dan gratis in je mailbox!