De armoedeval van Wouter Bos

Tussen al het goedkeurend gemompel over het nieuwe regeerakkoord door, toch nog een klein relletje. Het nieuwe kabinet Balkenende IV gaat inderdaad de forse loonsverhoging cashen die zij zichzelf tijdens de vorige kabinetsperiode in het vooruitzicht stelde. De nieuwe ministersploeg gaat er 30 procent in salaris op vooruit. Daarmee brengt Balkenende IV het advies in de praktijk dat in 2004 door de commissie Dijkstal werd uitgebracht.

Zonder deze salarisverhoging, aldus de commissie Dijkstal, steken de verdiensten van een minister maar schril af tegen die van een snelle jongen uit het bedrijfsleven. Jazeker, Hans Dijkstal kende heel wat mensen die vanwege het salaris geen minister wilden worden. Nee, namen noemde hij niet, maar het begon toch echt een probleem te worden.

In de wandelgangen zoemde de anekdote over Onno Ruding in de rondte. Toen hij in 1982 minister van Financiën werd, kostte hem dat zijn baan als lid van de raad van bestuur van de AMRO-bank. Ruding ging er meer dan helft in salaris op achteruit. Een flinke aderlating, zo deelde hij intimi mee, want al snel bleek dat hij de schilders niet meer kon betalen die zijn huis moesten opknappen. Uit pure ellende was zijn vrouw uiteindelijk maar zelf aan het verven geslagen.

Ach gut, is het niet verschrikkelijk? Jammer dat er in die jaren nog geen voedselbanken bestonden. Anders hadden we mevrouw Ruding vast en zeker met stronken prei en een halfje wit over straat zien schuifelen.

Wat verdient een minister eigenlijk? Ruim 122.000 euro per jaar. Dat salaris stijgt de komende vier jaar dus met ruim 36.000 euro naar een slordige 158.000 euro per jaar. En dat terwijl PvdA-leider Wouter Bos een dergelijke loonsverhoging in maart 2006 nog “te veel van het goede” vond. Sterker nog, zo hield hij zijn achterban voor: “als ik premier word, hoeft mijn salaris niet hoger te liggen dan tien procent boven het huidige niveau. Meer hoef ik niet.”

Blijkbaar denkt Bos daar nu anders over. Oké, hij heeft een goede smoes, want hij wordt geen premier, maar ‘slechts’ vice-premier, dus dit keer mogen we hem geen draaikont noemen. Bovendien maakt Wouter zich, als vader van een jong gezin, grote zorgen. Ook voor hem dreigt de armoedeval, want in de politiek valt geen droog brood te verdienen. Neem nu Wim Kok, zijn voorganger en leermeester. De zoveelste oud-politicus die er maar niet in slaagt de eindjes aan elkaar te knopen. Jarenlang was Kok premier van Nederland, maar nu moet hij noodgedwongen allerlei bijbaantjes aanvaarden. Zo is hij commissaris bij TNT Post, ING, Stork, KLM en Shell. Voor het bijwonen van enkele vergaderingen per jaar ontving Kok aanvankelijk vergoedingen tussen de 22.000 euro (KLM) en 104.000 euro (Shell) op jaarbasis. In 2006 waren die inkomsten naar verluidt opgelopen tot ruim 250.000 euro.

Ooit deed Kok als oud-vakbondsman en premier dit soort bedragen af als “exorbitante zelfverrijking”. Nu niet meer. Waarom eigenlijk niet? Ach, laten we het er maar op houden dat een mens wijzer wordt naarmate de jaren verstrijken. En Wouter zelf? Die leert in rap tempo bij. Waarschijnlijk begrijpt Bos nu pas wat sociaal-democratie anno 2007 daadwerkelijk inhoudt: altijd de rug recht houden, behalve op momenten dat bukken en met de kont draaien nét even handiger is. Bijvoorbeeld om diep voorover gebogen 72 briefjes van 500 euro in ontvangst te nemen.

Trouwens, hoe luidde die mooie oneliner van Bos ook alweer? O ja, “dit land verdient zoveel beter”. Wouter gaat die belofte vast en zeker waarmaken. Alleen jammer dat hij het nodig vond eerst bij zichzelf te beginnen.
Kijk, dát vind ik nu armoede.