Beatrix telt alle bakstenen

“Landgenoten. Zoals u allen weet, vier ik vandaag mijn 75e verjaardag. Ik ben dankbaar dat het mij gegund is deze dag in goede gezondheid te mogen vieren. Enzovoort, blablabla. Enfin, drie dagen geleden begon ik mijn toespraak ook zo. U vernam toen tevens dat ik geen nationaal geschenk behoef. Ik heb mijzelf namelijk al een heerlijk groot cadeau gegeven in aanloop naar mijn verjaardag: ik kap ermee – en geeft u mij eens ongelijk!

Laatst maakte ik als eregast mijn opwachting in de een of andere aula van de een of andere universiteit. Geen idee waarvoor, maar het zal vast en zeker iets van grote importantie zijn geweest. Het was zoals te doen gebruikelijk mijn taak om óf een lintje door te knippen óf op een grote rode knop te drukken, want meer smaken zijn er niet in dit land. Enfin, sprak ik drie dagen geleden nog over warmte en hartelijkheid, nu kan ik u in alle eerlijkheid melden dat niets zo eenzaam is als in een overvolle zaal te moeten zitten, omringd door omhooggevallen plebs. Maar goed, in al die jaren heb ik daar iets op gevonden. Ik verleg mijn blik direct naar de muur achter het sujet dat op het podium aan het woord is. Krijg ik de kans, tel ik alle bakstenen. Laag voor laag. Van linksboven helemaal naar rechtsonder, mocht de toespraak lang duren. Vervolgens is het mijn beurt. Ik begeef mij naar het spreekgestoelte en lees daar de woorden voor die de Rijksvoorlichtingsdienst voor me heeft bedacht. Daarna reikt iemand mij een schaar aan, of duwt die rode knop onder mijn snufferd. Het is mij om het even, want als vorstin ben ik een soepel geolied, majestueus mechaniek van protocollen en holle frases. Hoe ik dat volhoud? Simpel, in gedachten ben ik er allang vandoor! Ik laat mijn fantasie waaien, droom weg over vroeger, hoe het ooit was. Claus en ik. Ik zie ons daar nog lopen, hand in hand door de paleistuin. We hadden het goed samen!

Het laatste jaar gaat dat wegdromen me een stuk minder af. Dat komt door Friso. Elke foto in Huis ten Bosch waarop hij staat, vertelt me dat hij dood is – of zo goed als. Mijn zoon, gevangen in zichzelf. Het is nu nog slechts mijn innige wens om als koningin-af hele dagen aan zijn bed te zitten. Sprak ik drie dagen geleden de hoop uit velen van u nog dikwijls te mogen ontmoeten? Ook dat is niet helemaal waar. Wat ik wel hoop, is dat u mij dat vergeeft, want uiteindelijk ben ik ook maar gewoon een moeder.”

close

Genoten van deze tekst? Ontvang mijn schrijfsels dan gratis in je mailbox!