Alsof de dood zich laat sturen

Greet op ‘t Hoog. Zou ze nog leven? De tachtigjarige mevrouw uit Raamsdonk kreeg in januari te horen dat de kanker in haar buik zover is uitgezaaid dat zij niet lang meer heeft te leven. “Hoe lang nog dokter?” vroeg Greet. De arts trok een ernstig gezicht: “een maand of drie”.

Greet heeft drie kinderen. Zij regelen voor moeder een bed in Hospice Breda, een ‘sterfhuis’ waar terminale patiënten hun laatste dagen in alle rust kunnen slijten.

Maar afgelopen mei werd de doodzieke Greet daar buiten gezet. De reden: ze was na drie maanden nog niet overleden.

Greet leeft in blessuretijd. Fijn voor haar, maar daar is een hospice niet voor bedoeld. De manager: “We hebben nu eenmaal de richtlijn dat een verblijf hier maximaal drie maanden mag duren. Anders blijft er een bed onnodig bezet en we hebben maar zes bedden”. Functionaliteit boven alles, want Hospice Breda wordt gerund als een bedrijf. Regels zijn regels en afspraak is afspraak. Er is nu eenmaal een tijd van komen en een tijd van gaan.

Aanvankelijk liep alles volgens verwachting. Elke ochtend wordt mevrouw Op ‘t Hoog gewekt. De manager beweegt even heel voorzichtig haar schouder. “Mevrouw op ‘t Hoog? Goedemorgen?” Haar krijtwitte handen op het laken, ze lijken wel van perkament. En wat ligt ze er vredig bij, zo in het zicht van de dood. Zou ze…? “Mevrouw Op ‘t Hoog?” Maar daar gaan haar waterige ogen al open. Ze drijven mee met de hand van de manager.

Zo rijgen de weken zich aaneen, maar na drie maanden heb je het als Hospice Breda toch echt gehad. Mevrouw vertikt het botweg zich aan haar eigen houdbaarheidsdatum te houden. Alsof de wereld om haar draait. Soms fluistert de manager in haar oor. “Mevrouw op ‘t Hoog, het hoeft niet meer. Het is goed zo. Laat u maar los”. En dan begint het spannende wachten. Stokt de adem van mevrouw, glijdt ze al weg? Ja, om een minuut later weer wakker te schieten.

Over hangouderen gesproken. De manager vreet zich op van ergernis. Kan mevrouw haar eigen dood niet wat beter plannen? Dat moet toch sneller kunnen.

Arme mevrouw Op ‘t Hoog. Drie kinderen op de wereld gezet, maar toch in een sterfhuis liggen. Blijkbaar is haar kroost druk met zaken die er werkelijk toe doen. De één maakt carrière, de ander is verwikkeld in relatieproblemen en de derde moet twee keer per week de kinderen naar het voetballen brengen. Druk druk druk. Hartstikke jammer, want anders hadden ze alle drie, los van elkaar, hun terminale moeder maar wat graag in huis genomen. Kan ze in alle rust haar eigen dood sterven. Maar aan de andere kant: doodgaan geeft altijd zo’n rotzooi, dus dat kun je maar beter uitbesteden.

Dat is Nederland anno 2008. Iemand een waardig sterven gunnen, rustig wachtend op de dood. We hebben er de tijd niet meer voor. Dag mevrouw Op ‘t Hoog.

Scroll naar top