Als de rook om je hoofd is verdwenen

Ach en wee, het is niet meer gezellig in het café. Allemaal de schuld van het rookverbod. Exploitanten klagen steen en been, want de omzet zou nu al met 30 procent zijn gedaald. Inmiddels staat in bijna één op de vijf cafés de asbak weer op tafel. Dan maar een boete.

Meestal maakt drank de tongen los, maar de peuk kan er blijkbaar ook wat van. In De Volkskrant vertelt een uitbater van een buurtcafé dat zonder sigaret bij hem aan de bar alle gesprekken doodvallen. Daar kan ik me wel iets bij voorstellen. De rook om het hoofd is verdwenen. Stamgasten zien eindelijk de barvrouw. Zo dik als een pad en met beharing onder haar neus. Ze ruiken de vloerbedekking. Daaruit stijgt een nauwelijks te harden walm op van verschraald bier en oud geronnen zweet. Smaakt zo’n kleintje pils á twee euro opeens een stuk minder. Geen wonder dat klanten weg blijven.

En uitbaters maar zeuren dat ze ‘kapot gaan aan het rookverbod’. Vreemd, want sigarettenfabrikanten hoor ik niet klagen. Zij zijn toch degenen die het meest hebben te lijden onder een rookverbod? En hoe zit het met de toeleveranciers van de horeca? Gaat Heineken nu failliet? Of Grolsch? Als cafés beweren dat ze 30 procent minder omzet hebben, moet dat ook voor brouwers gelden. Hoor ik niets over.

Trouwens, over cafés en omzet gesproken. Herinnert u zich de invoering van de euro nog? Op 1 januari 2002 ging de prijs van een pilsje van 2 gulden naar 1,25 euro. Anno 2008 is 2 euro heel normaal. Dat is in zes jaar tijd een prijsstijging van maar liefst 120 procent. Oftewel elk jaar 20 procent er bovenop. En nu opeens een zogenaamde omzetdaling van 30 procent niet kunnen bolwerken. Wat zijn dat voor krokodillentranen? Hoogste tijd dat iemand zegt waar het op staat: als een café niet levensvatbaar is zonder sigaret, dan is het gewoon een waardeloze tent.

close

Af en toe een verse column én exclusieve schrijftips in je mailbox?