Al met al een moeilijke casus

“Alles hebben ze mij ontnomen!” Ik tref een overspannen heerschap aan op mijn sofa. Het is zijn eerste sessie en hij is hier op voorspraak van zijn goede vriend Leon. Meneer is ten einde raad, vertelt me over het persoonlijk drama dat hem deze week is overkomen.

Na een monoloog van ruim een half uur (“Ik heb gevochten tegen een ivoren muur! De arrogantie spatte er vanaf! Ze keken me niet eens aan!”) staat meneer plotsklaps op, haalt een toga uit zijn aktetas en verscheurt deze met lange halen, traag en zwijgend. De bef eet hij op. Ik laat hem. Hierin uit zich zijn snel gekrenkt ego.

Het is mij inmiddels duidelijk dat we hier met een lastige casus van doen hebben. Meneer voelt zich bijzonder en belangrijk. Strijd en woede blijken belangrijke bestanddelen in zijn leven. Gebukt onder een groot gevoel van eigenwaarde, persisteert hij in zijn eigen gelijk. Regels zijn er enkel voor anderen. Meneer ziet zichzelf als zonnekoning. Hij reageert dan ook geagiteerd op mijn vragen, bezigt veelvuldig de termen “onwaardig”, “onrechtvaardig” en “onjuist”.

Deze kwetsbaarheid van het zelfgevoel komt vooral tot uiting in de driften van meneer. Hij verwacht – nee eist – door eenieder bewonderd te worden en op zijn wenken bediend. Zo ook door dames. Daar maakt meneer zich nu zorgen over. Is hij nog wel aantrekkelijk voor het andere geslacht, nu zijn maatschappelijke status hem is ontnomen en hij BN’er af is?

Hij vertelt over een steeds terugkerende, seksueel geladen droom. Het is nacht en hij zit helemaal alleen in een rechtbank, naakt, op een krukje. Meneer vertelt me dat hij in deze (“mij niet geheel onbevallige”) droom lang en veelvuldig onaneert, om tijdens elke ontlading van puur genot zijn eigen naam uit te schreeuwen. Hij vraagt me deze droom te duiden. Ik vertel hem dat hij blijkbaar genoeg heeft aan zichzelf. Meneer leeft op een eenrichtingsweg, is geheel door zichzelf in beslag genomen.

Sinds zijn optreden bij Pauw & Witteman, afgelopen dinsdag, kampt meneer echter met nachtmerries, die knagen aan zijn toch al broze zelfbeeld. Weer bevindt hij zich in die rechtbank, maar nu hangt er plots niets meer tussen zijn benen. Meneer is verworden tot een eunuch. Weer vraagt hij om duiding. Ik leg hem uit dat dit de tragiek is van het feit dat hij uit het ambt is gezet. Welbeschouwd is hij ontmand. Of, om in advocaattermen te blijven: zijn zaakje is hem ontnomen.

close

Af en toe een verse column én exclusieve schrijftips in je mailbox?